Coleophora ahenella Heinemann, 1877

Lepidoptera, Coleophoridae

Rhamnus frangula, Lage Mierde

Coleophora ahenella case

Rhamnus frangula, Lage Mierde

Rhamnus frangula, Hilvarenbeek

Rhamnus frangula, Hilvarenbeek

Viburnum lantana, België, prov. Namen, Couvin, Frasnes, Carrière du Nord © Stéphane Claerebout

Coleophora ahenella: case on Viburnum lantana

Viburnum lantana, Belgium, prov. Namur, Couvin, Frasnes, Carrière du Nord © Stéphane Claerebout

zak Lapjeszak. De volgroeide zak is ca 7 mm lang. De mondhoek is 0°, zodat de zak vlak op het blad ligt. De zak wordt naar behoefte vergroot door er ringen aan toe te voegen die worden uitgesneden uit de epidermis. Die ringen worden steeds groter, en steken slordig uit de contour van de zak. De ringen worden uitgesneden uit de onderepidermis van een mijn, zodat deze zowel naast de normale, vrij kleine gaatjes, ook een groot gat aan de onderzijde kunnen hebben. Vergelijk bijvoorbeeld C. violacea, die de lapjes uit de bovenzijde snijdt.

case Lobe case. The full grown case is about 7 mm long. The mouth angle is 0°, causing the case to lie flat on the leaf. The case is gradually enlarged by the addition of rings that are cut out of the epidermis. The rings become gradually larger, and stick irregularly out ouf the contour of the case. The rings are cut out of the lower epidermis of the mine. This implies that mines may have both normal, small openings, and large ones. Compare for instance C. violacea, that cuts rings out of the upper epidermis.

waardplanten: Beperkt polyfaag, op houtige gewassen

hostplants: Narrowly polyphagous, on woody plants

Cornus mas, sanguinea; Frangula alnus; Lonicera alpigena, chrysantha, nigra, xylosteum; Rhamnus cathartica; Symphoricarpos albus; Viburnum lantana.

Vermeldingen van Alnus glutinosa; Carpinus betulus; Corylus avellana; Geum rivale; Potentilla; Prunus cerasus; Rubus plicatus; Tilia cordata & platyphyllos berusten vrijwel zeker op verwarring met Colephora potentillae of C. violacea.

References to Alnus glutinosa; Carpinus betulus; Corylus avellana; Geum rivale; Potentilla; Prunus cerasus; Rubus plicatus; Tilia cordata & platyphyllos almost certainly are due to confusion with Colephora potentillae or C. violacea.

fenologie Volgroeide zakken in het najaar. In Engeland leeft de larve twee jaar; of dit in continentaal Europa ook zo is is niet duidelijk (Emmet ea, 1996a).

phenology Full grown cases already in autumn. In Britain the larva lives two years; if this also applies to the Continent is not known (Emmet ao, 1996a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Europa, uitgezonderd Ierland en het Balkan-schiereiland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Europe, excluding Ireland and the Balkan Peninsula (Fauna Europaea, 2009).

literatuur

references

Ahr (1966a), Baldizzone (1988b), Biesenbaum & van der Wolf (1999a), Buhr (1964a), Emmet ao (1996a), Hartig (1939a), Hering (1957a, 1960a, 1963a), Huemer & Erlebach (2003a), Kasy (1983a, 1987a), Klimesch (1950c), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Maček (1999a), Michna (1975a), van Nieukerken, Gielis, Huisman, Koster, Kuchlein, van der Wolf & Wolschrijn (1993a), Nowakowski (1954a), Patzak (1974a), De Prins (2010a), Razowski (199a), Schütze (1931a), Sefrová (2005a), Sønderup (1949a), Stammer (2016a), Stolnicu (2007a, 2008a), Suire (1961a), Surányi (1942a), Szőcs (1977a, 1981a), Toll (1952a, 1962a), Tomov & Krusteva (2007a), Zoerner (1969a, 1970a).

02/04/2017