Coleophora argenteonivea Walsingham, 1907

Lepidoptera, Coleophoridae

zak Vóór de overwintering maakt de larve twee of drie enkelvoudige bladzakken; na de winter leeft de larve in een samengestelde bladzak. Die laatste bestaat uit 3-4 bladstukjes; de zak is bruin, ca 15 mm lang, tweekleppig, en heeft een mondhoek van ca 45°; onder- en bovenzijde zijn sterk en onregelmatig gekield.

case Before the hibernation the larva makes two or three cases consisting of a single leaf fragment; after the winter a composite leaf case is made. The latter consists of 3 - 4 leaf fragments; the case is brown, c. 15 mm long, bivalved, and has a mouth angle of c. 45°; dorsally and ventrally the case bears a strong but irregular keel.

waardplanten: Asteraceae, oligofaag

hostplants: Asteraceae, oligofaag

Centaurea pectinata; Cynara cardunculus.

Waarschijnlijk op nog wel meer soorten van deze of verwante genera.

Probably on more species of these or related genera.

fenologie Larven van augustus tot mei.

phenology Larvae from August till May.

verspreiding binnen Europa Zuid-Frankrijk, Spanje en Portugal, Sardinië (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe Southern France, Spain and Portugal, Sardinia (Fauna Europaea, 2010).

opmerkingen Tot voor kort vaak verward met C. brevipalpella Wocke.

notes Until recently often confused with C. brevipalpella Wocke.

literatuur

references

Baldizzone (1991a), Baldizzone & Nel (1993a).

23/02/2011