Coleophora badiipennella (Duponchel, 1843)

Lepidoptera, Coleophoridae

Ulmus minor, België, prov. Namen, Gembloux, Sauvenière; © Jean-Yves Baugnée

Coleophora badiipennella: case on Ulmus minor

Ulmus minor, Belgium, prov. Namur, Gembloux, Sauvenière; © Jean-Yves Baugnée

mijn

Coleophora badiipennella: mine on Ulmus minor

mine

Ulmus minor, Duin en Kruidberg

Coleophora badiipennella case

Ulmus minor, Duin en Kruidberg

Ulmus spec., Biddinghuizen, Spijkbos © Hans Jonkman: mijnen

Coleophora badiipennella mines on Ulmus spec.

Ulmus spec., Biddinghuizen, Spijkbos © Hans Jonkman: mijnen

zak

Coleophora badiipennella case on Ulmus spec.

case

Corylus avellana, België, prov. Namen, Lavaux Sainte Anne, leg. bladmijnenwerkgroep.be © Guido De Prins

Coleophora badiipennella: case on Corylus avellana

Corylus avellana, België, prov. Namen, Lavaux Sainte Anne, leg. bladmijnen werkgroep.be © Guido De Prins

zak Volgroeide larven in een kleine, zijdelings afgeplatte, plompe spatelvormige bladzak van 5-6 mm. De rugzijde heeft vaak een reeks tandjes, restanten van de bladrand waaruit de zak gesneden is. De achterzijde is tweekleppig, en opvallend breed. De mondhoek bedraagt 0-10°.

De beschrijving en afbeelding van de uiteindelijke zak bij Emmet ea (1996a) is niet helemaal begrijpelijk. De, vrij slanke, zak die ze afbeelden heeft naar eigen zeggen een mondhoek van 30°. Maar als enige afbeelding in de overige literatuur die overeen zou komen met Britse badiipennella verwijzen ze naar Hering (1957a, fig. 701): die lijkt niet op hun eigen afbeelding, en heeft een mondhoek van ca 0°.

Emmet ea schrijven dat de larve zijn leven begint met het maken van een gangmijntje van 10-15 mm, dat vanaf de hoofdnerf langs een zijnerf loopt; hieruit wordt de eerste jeugdzak gemaakt.

case The final case is a small, laterally compressed, squat, spatulate leaf case of 5-6 mm. The dorsal keel often has some serrations, remnants of the leaf margin out of which the case was cut. The rear is twovalved, and remarkably broad. The mouth angle is 0-10°.

The description and illustration of the final case in Emmet ao (1996a) is not quite clear. They depict a rather slender case, and state that the mouth angle is 30°. But, as the only illustration in the other literature that would agree with the British badiipennella, they refer to Hering (1957a, fig. 701): this illustration, however, has no resemblance to their own figure, and has a mouth angle of c. 0°.

Emmet ea write that the larva begins its life by making a gallery of 10-15 mm that runs from the midrib along a side vein; out if this mine the first youth case is excised.

waardplanten: polyfaag op houtige gewassen

hostplants: polyphagpous on woody plants

Acer campestre, platanoides; Corylus avellana; Fraxinus; Ulmus glabra, x hollandica, minor.

In Engeland uitsluitend op Ulmus (Emmet ea, 1996); ook elders is dit waarschijnlijk de belangrijkste waardplant. Vermeldingen van Rosaceae (met name Prunus spinosa) hebben waarschijnlijk betrekking op C. adjectella, die wel als ondersoort van badiipennella is opgevat.

In Britain exclusively on Ulmus (Emmet ea, 1996); probably also elsewhere this is the most important hostplant. References to Rasaceae (in particular Prunus spinosa) are connected probably with C. adjectella, that often has been understood as a subspecies of badiipennella.

fenologie De larven zijn volgroeid in september-october, maar vreten vaak nog door in het voorjaar (Emmet ea, 1996a).

phenology The larvae are full fed in September - October, but often continue feeding in spring (Emmet ao, 1996a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2010).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Van Fennoscandia tot de Middellandse Zee, en van Engeland tot Zuid-Rusland (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe From Fennoscandia to the Mediterranean, and from Britain to South Russia (Fauna Europaea, 2010).

larve De larve wordt afgebeeld en beschreven door Suire (1961a).

larva The larva is described and illustrated by Suire (1961a).

opmerkingen Vooral op zaailingen.

notes Mainly on seedlings.

literatuur

references

Baldizzone (1979a,b, 2004a), Baldizzone & Hartig (1978a), Bankes (1912a), Beiger (1979a), Biesenbaum (2001b), Biesenbaum & van der Wolf (1999a), Buhr (1936a, 1937a), Emmet (1980b), Emmet, Langmaid, Bland ao (1996a), Hartig (1939a), Hering (1930e, 1936b, 1957a), Huber (1969a), Kaila & Kerppola (1992a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Michna (1975a), Nel (1992b,c), Nowakowski (1954a), Patzak (1974a), Razowski (1999a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Sefrová (2005a), Starý (1930a), Suire (1961a), Szőcs (1977a, 1981a), Toll (1952a, 1962a), Tomov & Krusteva (2007a), Utech (1962a).

16/01/2017