Coleophora binderella (Kollar, 1832)

Lepidoptera, Coleophoridae

Betula pendula, België, Liège, Villers-le-Bouillet; © Jean-Yves Baugnée (najaar)

Coleophora binderella case

Betula pendula, Belgium, Liège, Villers-le-Bouillet; © Jean-Yves Baugnée (autumn)

Alnus glutinosa, België, prov. Namen, Grand-Leez (najaar); © Jean-Yves Baugnée

Coleophora binderella: larva in its case on Alnus glutinosa

em>Alnus glutinosa, Belgium, prov. Namur, Grand-Leez (autumn); © Jean-Yves Baugnée

Alnus incana, België, prov. Namen, Schaltin; © Jean-Yves Baugnée (voorjaar)

Coleophora binderella case

Alnus incana, Belgium, prov. Namur, Schaltin; © Jean-Yves Baugnée (spring)

mijnen, met uitsneden

Coleophora binderella mine

mines, with cutouts

zak Larve in een samengestelde bladzak. Kenmerkend is dat de bladstukjes slordig aan elkaar zijn gehecht. Het materiaal waarmee de zak wordt vergroot bestaat uit grote stukken blaasmijn, die in het voorjaar niet dezelfde kleur hebben, omdat een deel voor, en een ander deel na de overwintering is toegevoegd. Het oude materiaal is dof gelig, grijzig of rozig, het nieuwe is roodbruin. Zoals de ©'s laten zien wordt de zak ook middels ringetjes vergroot. De zak meet uiteindelijk ongeveer 7-8 mm, en heeft een mondhoek van 40-45°.

case Larva in a composite leaf case, composed of large leaf fragments. Characteristically, the leaf fragments are attached in a failry untidy way. In spring the case has two colours, because the old material (dull yellowish, grey or pink) dates from before the hibernation, while new, reddish brown material dates from after the winter. As the pictures show, the case is also enlarged by the addition of ringlets. The case finally is about 7-8 mm long; the mouth angle is 40-45°.

waardplanten: Betulaceae; oligofaag

hostplants: Betulaceae; oligophagous

Alnus glutinosa, incana, viridis; Betula pubescens, pendula; Carpinus betulus en Corylus avellana.

In Engeland bijna uitsluitend op els (Heal, 1982a; Robbins, 1991a).

In Britain almost exclusively on Alder (Heal, 1982a; Robbins, 1991a).

fenologie De larven beginnen in october, overwinteren, herbeginnen te vreten in april, en zijn eind mei volgroeid (Emmet, Langmaid, Bland ea, 1996a).

phenology The larvae start in October, hibernate in their case, restart feeding in April and reach maturity in end May (Emmet, Langmaid, Bland ao, 1996a).

BENELUX

BE waargenomen (De Prins, 1998a).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a); vrij zeldzaam (Microlepidoptera.nl).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

BE waargenomen (De Prins, 1998a).

NE observed (Kuchlein & de Vos, 1999a); rather rare (Microlepidoptera.nl).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië en Finland tot het Iberisch Schiereiland en Italië, en van Ierland tot de Baltische Staten en Roemenië (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Scandinavia and Finland to the Iberian Peninsula and Italy, and from Ireland to the Baltic States and Roumania (Fauna Europaea, 2008).

synoniemen Coleophora bicolorella Stainton, 1861; C. politella Scott, 1861.

synonyms Coleophora bicolorella Stainton, 1861; C. politella Scott, 1861.

literatuur

references

Ahr (1966a), Baldizzone (1979a), Baldizzone, Tokár & Kovács (2004a), Biesenbaum & van der Wolf (1999a), Buhr (1935a), Emmet, Langmaid, Bland ao (1996a), Heal (1982a), Heckford (1986a), Hering (1924b, 1925a, 1957a, 1962a), Huisman & Koster (1995a, 2000a), Huisman ao (2001a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kvičala (1938a), Patzak (1974a), De Prins & Steeman (2011a, 2013a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Sefrová (2005a), Suire (1961a), Szőcs (1977a, 1981a), Toll (1952a, 1962a), Zoerner (1969a, 1970a).

16/01/2017