Coleophora boreella Benander, 1939

Lepidoptera, Coleophoridae

zak Driekleppige buisvormige zijden zak van 4.4 - 5.8 mm met een mondhoek van 35 - 45°. De zak heeft een paar vage lengtelijnen; de buitenzijde is ruw door aangesponnen zandkorrels van verschillende grootte, en epidermis-resten van uitgemijnde bladeren. De larve mineert de bladeren, en vreet ook aan de vruchten.

case Trivalved tubular silken case of 4.4 - 5.8 mm with a mouth angle of 35 - 45°. The case has a few vague length lines; its surface is roughened by sand grains of varying size that are spun to it, and fragments of epidermis of mined leaves. The larva mines the leaves, but also feeds on the fruits.

waardplanten: Caryophyllaceae, monofaag

hostplants: Caryophyllaceae, monophagous

Sagina nodosa.

fenologie Larven zijn volgroeid in augustus, september.

phenology Larvae are full fed in August, September.

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

NE waargenomen Huisman ao (2009a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

BE not recorded (Fauna Europaea, 2010).

NE recorded Huisman ao (2009a).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Van Fennoscandia en Noord-Rusland tot Nederland en Polen (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe From Fennoscandia and North Russia to the Netherlands and Poland (Fauna Europaea, 2010).

literatuur

references

Huisman ao (2009a), Itämies, Mutanen & Wikstrom (2002a).

19/07/2010