Coleophora lithargyrinella Zeller, 1849

Lepidoptera, Coleophoridae

uit Toll (1962a)

Coleophora lithargyrinella case

from Toll (1962a)

Stellaria holostea, België, prov. West-Vlaanderen, Torhout; © Steve Wullaert

Coleophora lithargyrinella case

Stellaria holostea, Belgium, prov. Flandres Occidentale, Torhout; © Steve Wullaert

Malus sylvestris (larve verm. afgedwaald van voedselplant), België, prov. Namen, Viroin; © Stéphane Claerebout

Coleophora lithargyrinella case, dorsal

Malus sylvestris (larva prob. strayed from its hostplant), Belgium, prov. Namur, Viroin; © Stéphane Claerebout

larve

Coleophora lithargyrinella larva

larva

kleppen

Coleophora lithargyrinella, anal end of case

valves

zak Larve in een driekleppige buisvormige zijden zak van 8 mm lang, en met een mondhoek van 25°-30°. De zak is bleekbruin. Een uniek kenmerk is het bezit van een dubbele dorsale kiel, maar die treedt alleen aan de dag bij geheel volgroeide larven (Emmet ea, 1996a): het voorste deel van de kiel is enkel, maar al voor het midden ontstaat een gaffel.

case Larva in a trivalved tubular silken case of 8 mm long, with a mouth angle of 25°-30°. The case is pale brown. A unique detail is the presence of a double dorsal keel, but this only occurs when the larva is fully developed (Emmet ao, 1996a): the foremost part of the keel remains single, but already before the middle the fork appears.

waardplanten: Caryophyllaceae, nauw oligofaag

hostplants: Caryophyllaceae, narrowly oligophagous

Arenaria serpyllifolia; Cerastium arvense, glomeratum; Stellaria holostea, media.

Stellaria holostea is duidelijk de belangrijkste waardplant. Engelse auteurs noemen ook Silene dioica en maritima, waarover door continentale auteurs met geen woord gerept wordt.

Stellaria holostea clearly is the most important host plant. English authors also mention Silene dioica and maritima, but not a single word about these is said by continental authors.

fenologie Volgroeide larven omstreeks mei (Hering, 1957a).

phenology Larvae are full-grown around May (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Fennoscandia tot de Pyreneeën en Italië, en van Ierland tot de Baltische Staten en Roemenië (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Fennoscandia to the Pyrenees and Italy, and from Ireland to the Baltic States and Romania (Fauna Europaea, 2009).

larve Beschreven door Emmet ea (1996a).

larva Described by Emmet ao (1996a).

synoniemen Coleophora olivaceella Stainton, 1854, C. olivacella: auctorum.

synonyms Coleophora olivaceella Stainton, 1854, C. olivacella: auctorum.

literatuur

references

Baldizzone (1986b, 2004a), Beiger (1965a), Biesenbaum & van der Wolf (1999a), Bland (1986a), Buhr (1937a), Emmet, Langmaid, Bland ao (1996a), Hering (1957a), Huber (1969a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Maček (1999a), Michaelis (1983a), Michalska (1976a), Michalska Myssura & Walczak (2010a), Patzak (1974a), De Prins & Steeman (2013a), Razowski (1990a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Sønderup (1949a), Szőcs (1977a, 1978a, 1981a), Toll (1952a, 1962a).

16/01/2017