Coleophora murinella Tengström, 1848

Lepidoptera, Coleophoridae

zak Niet te onderscheiden van die van C. glitzella.

case Indistinguisable from the case of C. glitzella.

waardplanten: Ericaceae, monofaag

hostplants: Ericaceae, monophagous

Vaccinium vitis-idaea.

Hering (1957a) noemt ook Vaccinium myrtillus, maar dat wordt door latere auteurs niet herhaald.

Hering (1957a) also mentions Vaccinium myrtillus as a hostplant, but this is not repated by later authors.

fenologie De larve is in de herfst al volgroeid (Toll, 1962a).

phenology The larva is full-grown already in autumn (Toll, 1962a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Fennoscandia en Noord-Rusland tot de Alpen, en van Duitsland tot de Baltische Staten en Polen (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Fennoscandia and northern Russia to the Alps, and from Germany to the Baltic States and Poland (Fauna Europaea, 2009).

opmerkingen Terwijl de larven van C. glitzella bij voorkeur leven op bechaduwde planten in vochtige terreinen, zijn die van murinella vooral te vinden op meer open en droge plekken (Toll, 1962a).

notes While the larvae of C. glitzella live preferably on plants in shady and damp situations, are the larvae of murinella found mostly in open and drier habitats (Toll, 1962a).

literatuur

references

Hering (1957a), Z Laštůvka, A Laštůvka, Liška, Marek, Skyva & Vávra (1992a), Razowski (1990a), Toll (1962a).

24/10/2014