Coleophora ochrea (Haworth, 1828)

Lepidoptera, Coleophoridae

Helianthemum nummularium, België, prov. Namen, Nismes, Tiennne Chalaine; © Stéphane Claerebout

Coleophora ochrea: case

Helianthemum nummularium, Belgium, prov. Namur, Nismes, Tiennne Chalaine; © Stéphane Claerebout

mijn

Coleophora ochrea: mine

mine

uit Toll (1952a)

Coleophora ochrea case

from Toll (1952a)

zak Larve in een grote samengestelde bladzak van 10-18 mm lang, die bij de volgroeide larve bestaat uit drie achter elkaar geschakelde bladstukjes. Zak bleek bruinig, tweekleppig; mondhoek ca. 45°. De larve maakt mijnen maar vreet ook aan de ontwikkelende zaden.

case A large, composite leaf case of 10-18 mm length, the fully developed case consisting the three succesive leaf fragments. Case light brown, bivalved; mouth angle c. 45°. The larva makes mines, but also feeds on the developing seeds.

waardplanten: Cistaceae, oligofaag

hostplants: Cistaceae, oligophagous

Helianthemum apenninum, nummularium, ovatum; Tuberaria guttata.

fenologie Larven van september tot eind mei het volgende jaar (Emmet ea, 1996a).

phenology Larvae from September to end-May of the following year (Emmet ao, 1996a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Zweden tot het Iberisch Schiereiland, Italië en Kreta, en van Engeland tot Zuid-Rusland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Sweden tot the Iberian Peninsula, Italy, and Crete, and from Britain to southern Russia (Fauna Europaea, 2009).

larve Beschreven door Suire (1961a).

larva Described by Suire (1961a).

opmerkingen Suire (1961a) geeft als maat van de zak 20-22 mm, en noemt hem de grootste Eupista [Coleophora] die hij kent.

Jeugdzakken kunnen verward worden met de zakken van C. bilineella (Kasy, 1969a).

notes Suire (1961a) gives the size of the case as 20-22 mm, and calls it the largest Eupista [Coleophora] known to him.

Youth cases can be confused with the cases of C. bilineella (Kasy, 1969a).

literatuur

references

Baldizzone (1979a,b, 1983c, 1985d, 2004a), Baldizzone & Luquet (1981a), Baldizzone & Nel (1992a), Biesenbaum & van der Wolf (1999a), Corley, Marabuto, Maravalhas, Pires & Cardoso (2008a), Emmet ao (1996a), Hering (1957a), Kasy (1969a, 1985a), Klimesch (1958c), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Nel (1992b,c), Patzak (1974a), De Prins (1998a), Razowski (1990a), Suire (1961a), Szőcs (1977a, 1981a), Toll (1952a, 1962a).

08/02/2017