Coleophora paripennella Zeller, 1839

Lepidoptera, Coleophoridae

uit Toll (1962a).

Coleophora paripennella case

from Toll (1962a)

Centaurea scabiosa, België, prov. Luik, Baelen: actieve larve aan de onderzijde van het blad; © Jean-Yves Baugnée

Coleophora paripennella case

Centaurea scabiosa, Belgium, prov. Liège, Baelen: active larva at the underside of the leaf; © Jean-Yves Baugnée

detail

Coleophora paripennella case

detail

zak van opzij

Coleophora paripennella case

case in lateral view

zak De volgroeide larve leeft in een zwartbruine driekleppige buisvormige zijden zak van ca 8 mm lengte. De mondhoek is 0°-10°, waardoor de zak zeer dicht op het blad ligt.

case The full grown larva lives in a blackish brown trivalved tubular silken case of about 8 mm. The mouth angle is 0°-10°, causing the case to lay almost flat on the leaf.

waardplanten: Asteraceae, oligofaag

hostplants: Asteraceae, oligophagous

Arctium; Arnica; Carduus; Carlina; Centaurea jacea, nigra; Cirsium arvense; Saussurea; Serratula tinctoria; Solidago.

Volgens Benander zou de soort ook leven op Scabiosa columbaria (Hering, 1957a).

According to Benander the species would also live on Scabiosa columbaria (Hering, 1957a).

fenologie Larven zijn volgroeid in eind mei - begin juni (Emmet ea, 1996a).

phenology Larvae are full-grown in end May - early June (Emmet ao, 1996a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE not recorded (Fauna Europaea, 2009).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa, met uitzondering van het Iberisch Schiereiland en het Balkanschiereiland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Entire Europe, except the Iberian and Balkan Peninsula (Fauna Europaea, 2009).

larve Kop en sclerieten zwart. Lichaam vuil geelwit; prothoracale plaat groot met een mediane groef; mesothoracale plaat besaat uit vier sclerietjes, waarvan het voorste paar puntvormig is en ver uiteen ligt, terwijl het achterste paar in of meer driehoekig is en dicht bijeen ligt; metathorax met twee, duideljk gescheiden dorsale sclerieten; thorax-segmenten met kleine laterale sclerieten; een anale plaat; vier paar buikpoten (Emmet ea, 1996a).

larva Head and plates black. Body dull yellowish white; prothoracic plate large with median sulcus; mesothoracic plate consisting of four sclerites, the anterior pair dot-like and widely separared, the posterior pair subrtriangular and closely approximated; metathorax with two small, well-separated dorsal sclerites; thoracic segments with small lateral sclerites; an anal plate; four pairs of abdominal prolegs (Emmet ao, 1996a).

synoniemen Coleophora aereipennis (Wocke, 1876).

Over de interpretatie van deze soort heeft veel verwarring bestaan. Veel auteurs hebben in het verleden de naam paripennella gebruikt voor wat thans C. violacea heet, terwijl de echte paripennella aangeduid werd met alcyonipennella.

synonyms Coleophora aereipennis (Wocke, 1876).

The interpretation of this species has been severely confused in the past. Many authors have used the name paripennella for what is now C. violacea, while the real paripennella was addressed as alcyonipennella.

literatuur

references

Baldizzone (1979a, 1984a, 2004a), Beiger (1958a), Biesenbaum & van der Wolf (1999a), Buhr (1935a), Burmann (1943a), Emmet ao (1996a), Hering (1921b, 1942c, 1957a), Kuchlein & de Vos (1999a), Michaelis (1983a), Patzak (1974a), De Prins & Steeman (2013a), Razowski (1990a), Sønderup (1949a), Starý (1930a), Szőcs (1977a), Toll (1962a).

08/02/2017