Coleophora pennella (Denis & Schiffermüller, 1775)

Lepidoptera, Coleophoridae

Echium vulgare, België, prov. Namen, Saint-Servais, Asty-Moulin; © Jean-Yves Baugnée

Coleophora pennella case

Echium vulgare, Belgium, prov. Namur, Saint-Servais, Asty-Moulin; © Jean-Yves Baugnée

België, prov. Namen, Saint-Servais, Asty-Moulin; © Jean-Yves Baugnée

Coleophora pennella case

Belgium, prov. Namur, Saint-Servais, Asty-Moulin; © Jean-Yves Baugnée

zak en imago

Coleophora pennella case and imago

case and adult

zak De jonge larve vreet aan de ontwikkelende zaden, en overwintert in zijn eerste zak, die gemaakt is van de top van bloemblad. Na de overwintering maakt hij een ruige, lateraal afgeplatte samengestelde bladzak (doet denken, zegt Hering, aan een wilgenkatje). Het maakt vlekmijnen aan de rand van de bladeren, die er daardoor uitgeschulpt uit gaan zien (van Breemen, 1983a; Emmet ea, 1996a). De mondhoek is 70°.

case The young larva feeds on the developing seeds and hibernates in its first case which is made of the tip of a petal. After hibernation it makes a hoary, laterally flattened composite leaf case (resembling, says Hering, a willow catkin). Fleck mines are made at the margin of the leaves, that thereby look peculiarly damaged (van Breemen, 1983a; Emmet ao, 1996a). Mouth angle 70°.

waardplanten: Boraginaceae, oligofaag (?)

hostplants: Boragonaceae, oligophagous (?)

Anchusa officinalis; Cynoglossum officinale; Echium gaditanum, italicum, vulgare; Lithospermum officinale; Myosotis; Nonea pulla; Onosma; Pentaglottis; Pulmonaria officinalis; Symphytum officinale.

Naast de genoemde Boraginaceae wordt in de literatuur nog een aantal andere geslachten genoemd: Asteraceae: Hieracium; Lamiaceae: Ballota nigra; Lycopus, Nepeta, Origanum, Stachys officinalis; Scrophulariaceae: Verbascum. Als de larve zijn zak werkelijk heeft opgebouwd uit bladmateriaal van deze planten, zal de mate van beharing ervan, en daarmee het uiterlijk, sterk varieren.

Apart from the Boraginaceae listed above, several more genera are mentioned in the literature: Asteraceae: Hieracium; Lamiaceae: Lycopus, Nepeta, Origanum, Stachys officinalis; Scrophulariaceae: Verbascum. If indeed the larva has built its case out of leaf material from these plants, the hairyness and general aspect of the case will vary strongly.

fenologie Larven zijn volgroeid in midden mei-begin juni (Emmet ea, 1996a).

phenology Larvae are full grown in mid May - early June (Emmet ao, 1996a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009)

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa, mogelijk Ierland uitgezonderd (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe All Europe, perhaps Ireland excluded (Fauna Europaea, 2009).

synoniemen Coleophora onosmella (Brahm, 1791); C. diffinis Staudinger, 1879.

synonyms Coleophora onosmella (Brahm, 1791); C. diffinis Staudinger, 1879.

opmerkingen Klimesch (1958c) vond volgroeide larven, die aan verpoppen toe zijn, vastgesponnen aan dode grashalmen.

notes Klimesch (1958c) found full grown larvae, ready to pupate, spun to dead grass culms.

literatuur

references

Ahr (1966a), Amsel & Hering (1933a), Baldizzone (1983c, 1985d, 2004a, 1995b), Baldizzone & Luquet (1981a), Baldizzone & Nel (1992a), Baldizzzone, van der Wolf & Landry (2996a), Beavan & Heckford (2015b), Biesenbaum & van der Wolf (1999a), van Breemen (1983a), Emmet ao (1996a), Hering (1957a), Huertas Dionisio (2007a), Huisman & Koster (1999a), Klimesch (1958c), Klimesch & Skala (1936a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Leutsch (2011a), Nel (1992b,c), Patzak (1974a), De Prins (2010a), Razowski (1990a), Robbins (1991a), Skala (1951a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Stammer (2016a), Szőcs (1977a, 1981a), Toll (1962a).

07/04/2017