Coleophora succursella Herrich-Schäffer, 1855

Lepidoptera, Coleophoridae

zak Buisvormige zijden zak, het voorste 3/4 afstaand kort, wittig, behaard; het achterste deel is kaal, snel versmald, met enkele donkere lengtelijnen, driekleppig. De zak is 10-12 mm lang, de mondhoek is 40-45°.

case Tubular silken case; the anterior 3/4 is covered with a short, erect, whitish felt. The rear end is hairless, quickly tapering, with a few dark length lines, tri-valved. The case is 10-12 mm long, the mouth angle is 40-45°.

waardplanten: Asteraceae, oligofaag

hostplants: Asteraceae, oligofaag

Achillea millefolium; Artemisia absinthium, campestris, vulgaris.

fenologie Larven van october tot juni (Hering, 1957a).

phenology Larvae from October till June (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE not recorded (Fauna Europaea, 2009).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Fennoscandia tot de Pyreneeën en Italië, en van Frankrijk tot Polen en Slowakijë (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Fennoscandia to the Pyrenees and Italy, and from France to Poland and Slovakia (Fauna Europaea, 2009).

larve Beschreven door Suire (1961a).

larva Described by Suire (1961a).

opmerkingen Jonge zakken kunnen gemakkelijk worden verward met C. directella (Klimesch, 1958c).

notes Young cases can easily be confused with C. directella (Klimesch, 1958c).

literatuur

references

Baldizzone & van der Wolf (2000a), Biesenbaum & van der Wolf (1999a), Buhr (1935a), Hering (1930b, 1957a), Klimesch (1958c), Maček (1999a), Patzak (1974a), Sønderup (1949a), Suire (1961a), Szabóky, Tokár & Pastorális (2007a), Szőcs (1977a), Toll (1952a, 1962a), Wieser & Huemer (1999a).

10/11/2011