Coleophora tanaceti Mühlig, 1865

Lepidoptera, Coleophoridae

zak Gladde, bruine buisvormige zijden zak. De driekleppige zak vertoont vlak achter de mond een scherpe knik. De lengte is 6-8 mm (9 mm volgens Nel), de mondhoek ca 10°.

case Smooth, brown, tubular silken cas. The trivalved case has a sharp bend just behind the mouth. Length 6-8 mm (9 mm, according to Nel), mouth angle c. 10°.

waardplanten: Asteraceae, nauw monofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly monophagous

Tanacetum vulgare.

fenologie Larven van augustus tot november (Hering, 1957a).

phenology Larvae from August till November (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2010).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Van Fennoscandia tot de Middellandse Zee, en van Frankrijk tot Zuid-Rusland; ontbreekt echter in het Balkan-schiereiland (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe From fennoscandia to the Mediterranean, and from France to South Russia; not, however, in the Balkan Peninsula (Fauna Europaea, 2010).

opmerkingen Gewoonlijk leeft deze soort in de bloeiwijze; een enkele maal treedt hij echter als bladmineerder op.

notes Generally this species lives in the inflorescence; rarely however it behaves as a leafminer.

literatuur

references

Baldizzone & Nel (1992a), Baldizzone & Tabell (1999a), Baldizzone, Tokár, Z & S Kovács (2004a), Biesenbaum & van der Wolf (1999a), Coenen (1996a), Hering (1957a), Huisman & Koster (1994a, 1996a), Kasy (1965a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Nel (1999a), Patzak (1974a), De Prins (1998a), Razowski (1990a), Suire (1961a), Toll (1952a).