Coleophora unigenella Svensson, 1966

Lepidoptera, Coleophoridae

zak Geelbruine spatelvormige bladzak, gesneden uit de bladrand en daarom voorzien van een sterke, gelobde, kiel. Daarom ook verschillen linker- en rechterzijde van de zak verschillend behaard. De zak is 5-7 mm lang, de mondhoek ca 45°. De jeugdzak verschilt alleen in grootte van de latere zak. Zakken aan de onderzijde van het blad.

case. Yellowish brown spatulate leaf case, cut out of the margin of the leaf, and therefore bearing a high, lobed, keel. Therefore also do the left and right side differ in hairyness. The case is 5-7 mm long, the mouth angle c. 45°. The youth case differs from the later case only in size. Larvae at the underside of the leaves.

waardplanten: Rosaceae, monofaag

hostplants: Rosaceae, monofaag

Dryas octopetala.

fenologie Najaar tot voorjaar; na de overwintering eet de larve nog verder.

phenology Autumn till spring. The larva continues feeding after the hibernation.

verspreiding binnen Europa Fennoscandia en Noord-Rusland; Alpen (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe Fennoscandia and North Russia; Alps (Fauna Europaea, 2010).

larve Beschreven door Kyrki & Karvonen (1984a).

larva Described by Kyrki & Karvonen (1984a).

literatuur

references

Burmann (1992a), Kyrki & Karvonen (1984a), Svensson (1966a).

08/02/20171