Cymolomia hartigiana (Saxesen, 1840)

Lepidoptera, Tortricidae

mijn Larven mineren aanvankelijk in de jonge naalden. De oudere larve vrij tussen losjes samengesponnen naalden.

mine The young larvae mine in the young leaves; later they live free between leaves that are lightly spun together.

waardplanten: Pinaceae, oligofaag

hostplants: Pinaceae, oligophagous

Abies alba; Picea abies.

fenologie Larven van october tot mei, minerend alleen voor de overwintering (Hering, 1957a; Patočka, 1960a).

phenology Larvae from October till May, mining only before the hibernation (Hering, 1957a; Patočka, 1960a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Fennoscandia tot de Pyreneeën, Sicilië en Bulgarijë, en van de Frankrijk tot Centraal Rusland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Fromn Fennoscandia to the Pyrenees, Sicily, and Bulgaria, and from France to Central Russia (Fauna Europaea, 2009).

larve Bleek geelgroen met lichtbruine kop en pronotum; borstpoten bruin. Buikpoten met ca 45 haakjes in een dubbele rij. Anale kam met 8 tanden (Swatschek, 1958a; Patočka, 1960a).

larva Pale yellowish green; head and pronotum light brown; thoracic feet brown. Prolegs with c. 45 crochets in a double row. Anal comb with 8 prongs (Swatschek, 1958a; Patočka, 1960a).

literatuur

references

Buhr (1935b), Hering (1957a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Patočka (1960a), De Prins & Steeman (2011a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Swatschek (1958a), Szőcs (1977a).

02/01/2013