Dialectica scalariella, (Zeller, 1850)

Lepidoptera, Gracillariidae

Echium plantagineum; uit Hering (1927a)

Dialectica scalariella mine

Echium plantagineum; uit Hering (1927a)

mijnMijn bovenzijdig of, vaker, onderzijdig. Aanvankelijk een lange smalle slingerende epidermale gang met centrale, plm. vervloeiende roodbruine frasslijn; plotseling overgaand in een aanvankelijk epidermale, langerekte, later diepere bruine blaasmijn met opvallend witte randen. Epidermis zeer fijn gerimpeld. Onderzijdige mijnen trekken het blad sterk samen (vaak aan weerszijden van de hoofdnerf een mijn). 2-4 larven in een blaas, elk met een eigen begingang. Frass in grote zwarte korrels in een centraal depot; daarenboven haarfijne draadjes in een netvormig patroon geplakt op de epidermis.

Hering (1957a) schrijft dat de pop naakt in de mijn lijgt, maar foto's op Lepiforum laten dun-zijden, niet door frass bedekte cocons zien. bij het uitkomen werkt deze zich voor een groot deel uit de mijn naar buiten.

mine Mine upper-surface or, more often, lower-surface. At first a long, narrow, winding epidermal gallery with central, more or less deliquescent, reddish brown frass. The gallery abruptly widens into an elongate blotch that is epidermal at first but soon deeper; the blotch is brown with strikingly white margins. Epidermis finely wrinkled. Lower surface mines strongly contract the leaf (and often there is a mine at either side of the midrib). 2-3 Larvae in a blotch, each with its own initial corridor. Frass in large black grains in a central depot; moreover in the form of very thin threads stuck in a reticulate pattern in the epidermis.

Hering (1957a) states that the pupa lies naked in the mine but pictures on Lepiforum show normal cocoons, with a thin silken wall, not covered by frass. At emergence the pupa works itself for a large part out of the mine.

waardplanten: Boraginaceae, oligofaag

hostplants: Boraginaceae, oligophagous

Anchusa strigosa; Borago; Cynoglossum creticum; Echium aculeatum, candicans, gaditanum, giganteum, nervosum, plantagineum, vulgare; Myosotis latifolia; Symphytum officinale.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Frankrijk tot het Iberisch Schiereiland, Italië en de Balkan (Fauna Europaea, 2009). Kortelings is een imago aangetroffen in Engeland (Agassiz, 2005a).

distribution within Europe From France to the Iberian Peninsula, Italy and the Balkan Peninsula (Fauna Europaea, 2009). Recently an imago was found in the UK (Agassiz, 2005a).

synoniemen Gracillaria scalariella.

synonyms Gracillaria scalariella.

opmerkingen In Australië geïntrodueerd voor de biologische bestrijding van het gehate, uit Zuid-Europa afkomstige onkruid Echium plantagineum (Patterson's curse) (Kumata & Horak, 1997a; Walsh, Woods & Dodd, 1993a; Wapshere & Kirk, 1977a).

notes Introduced in Australië for the biological control of the serious weed Echium plantagineum (Patterson's curse), originating from southern Europe (Kumata & Horak, 1997a; Walsh, Woods & Dodd, 1993a; Wapshere & Kirk, 1977a).

literatuur

references

Agassiz (2005a), Aguiar & Karsholt (2006a), Amsel & Hering (1931a, 1933a), Buszko & Beshkov (2004a), Hering (1927a, 1932g, 1936b, 1957a), Huertas Dionisio (2002a, 2007a), Klimesch (1942a, 1950c, 1979a), Kumata & Horak (1997a), Lhomme (1934c), Utech (1962a), Walsh ao (1993a), Wapshere & Kirk (1977a).

04/05/2015