Dyseriocrania subpurpurella (Haworth, 1828)

Lepidoptera, Eriocraniidae

Quercus robur, Aalten

Dyseriocrania subpurpurella mine

Quercus robur, Aalten

>Quercus robur, Scharlakenbos; © Kees Boele

Dyseriocrania subpurpurella mine

Quercus robur, Scharlakenbos; © Kees Boele

Quercus robur, Hilversum; jonge mijn

Dyseriocrania subpurpurella mine detail

Quercus robur, Hilversum; young mine

mijn Het ei wordt afgezet in het blad, een mm of twee van de bladrand. Het eerste begin is een small gangetje van ca 5 mm lang, grotendeels gevuld met korrelige frass. De begingang gaat zonder overgang over in een grote, vuilwitte voldiepe blaasmijn die aan de bladrand ligt, en het begin van de mijn gewoonlijk overloopt. Frass hier in lange draden. Vaak een aantal larven in een mijn door versmelten van mijnen. Verpopping in de grond. Ook al omdat de mijn gemaakt wordt in het nog zeer jonge blad verweert de mijn snel en is later in de zomer niet meer terug te vinden. Om vermoedelijk dezelfde reden is er op de plek van de ovipositie bijna altijd een gaatje.

mine Oviposition within the leaf tissue, some 2 mm away from the leaf margin. The mine begins as a narrow corridor of c. 5 mm, largely filled with granular frass. This corridor abruptly widens into a large, dirty-whitish, full depth blotch that lies against the leaf margin and usually runs over the previous corridor. Frass here in long threads. Often several larvae in a mine after fusion of the original solitary mines. Pupation in the ground. When the mines are made the foliage still is very tender, and the mines quickly wither away; they cannot be found later in summer. Probably for he same reason the oviposition site almost always is a small hole.

waardplanten: Fagaceae, oligofaag

hostplants: Fagaeae, oligophagous

Castanea sativa; Quercus cerris, petraea, pubescens, pyrenaica, robur, rubra.

Volgens Hering (1957a) en anderen ook Carpinus betulus and Corylus avellana; volgens John Langmaid (in litt.) gaat het daarbij om Paracrania chrysolepidella.

Associated by (1957a) and others also with Carpinus betulus and Corylus avellana; in the opinion of John Langmaid (in litt.) this refers to Paracrania chrysolepidella.

fenologie Mijnen in mei-juni (Heath, 1976a).

phenology Mines May - June (Heath, 1976a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe All Europe (Fauna Europaea, 2009).

pop Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

pupa Described by Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen Eriocrania subpurpurella; Dyseriocrania fastuosella (Zeller, 1839).

synonyms Eriocrania subpurpurella; Dyseriocrania fastuosella (Zeller, 1839).

literatuur

references

Beiger (1979a), Bengtsson (2008a), Borkowski (2003a), Buhr (1935a, 1936a, 1964a), Corley, Merckx, Cardoso, Dale,Marabuto, Maravalhas & Pires (2012a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Haase (1942a), Heath (1983a), Hellers (2016a), Hering (1934a, 1936b, 1957a), Huber (1969a), Huemer (2012a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Leutsch (2011a), Maček (1999a), Nowakowski (1954a), Patočka & Turčáni (2005a), Robbins (1991a), Skala (1951a), Sønderup (1949a), Starý (1930a), Szőcs (1977a), Toll (1959a), Ureche (2010a).

06/02/2017