Ectoedemia phyllotomella Klimesch, 1946

Lepidoptera, Nepticulidae

mijn Ei aan de bovenzijde van het blad, tegen de hoofdnerf. De mijn begint als een smalle gang langs de hoofdnerf of een zijnerf. Verderop komt de gang daarvan los en kronkelt dan zeer sterk, waardoor vaak een secundaire blaas ontstaat; de frass ligt hier in een centrale lijn. De volgroeide larve maakt een ovale uitsnede in het blad, waarin hij zich verpopt. De uitsnede valt pas uit de mijn als het blad voldoende verweerd is.

mine Egg at the upper surface of the leaf, against the midrib. The mine begins as a narrow corridor along the midrib or a side vein. Later the corridor becomes free and then is strongly contorted, often forming a secondary blotch; the frass lies in a central line here. The full grown larva makes an oval excision in the mine, and pupates there. The excision only drops out of the mine with the withering of the leaf.

waardplanten: Fagaceae, nauw monofaag

hostplants: Fagaceae, narrowly monophagous

Quercus cerris.

fenologie Univoltien; larven zijn gezien van eind october tot begin november (van Nieukerken, 1985a).

phenology Univoltine; larvae have been found in late October and early November (van Nieukerken, 1985a).

verspreiding binnen Europa Noord-Italië.

distribution within Europe Northern Italy.

synoniemen Stigmella phyllotomella.

synonyms Stigmella phyllotomella.

literatuur

references

Hering (1957a), Klimesch (1946b), A & Z Laštuvka (1997a), van Nieukerken (1985a, 1986a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2010a), Szőcs (1977a).

modif. 24.i.2010