Elachista maculicerusella (Bruand, 1859)

Lepidoptera, Elachistidae

mijn Ei meestal niet ver van de bladtop. Vandaar daalt een onregelmatige blaasmijn af. Volgens Hering (1957a) is de mijn vlak en zeer ondiep, daardoor niet wittig maar lichtgroen. De frass aanvankelijk in het oudste, bovenste deel van de mijn, later in snoeren in de mijn. De larve kan een mijn verlaten en elders opnieuw beginnen. Normaliter maar één larve in een mijn, maar soms wel twee of drie mijnen in één blad. Verpopping buiten de mijn (Bland, 1996a; Traugott-Olsen & Schmidt Nielsen, 1977a).

mine Oviposition usually not far from the leaf tip. From there descends an irregular blotch mine. Hering (1957a) describes the mine as flat and quite shallow, giving it a greenish, rather than whitish appearance. Frass initially in the oldest, upper part of the mine, later in strings. The larva can leave its mine and restart elsewhere. Normally only one larva per mine, but sometimes two or even three mines in a leaf. Pupation outside the mine (Bland, 1996a; Traugott-Olsen & Schmidt Nielsen, 1977a).

waardplanten: Poaceae, oligofaag

hostplants: Poaceae, oligophagous

Agrostis; Alopecurus pratensis; Arrhenatherum elatius; Brachypodium; Bromopsis inermis; Calamagrostis epigeios; Dactylis glomerata; Elytrugia repens; Holcus; Phalaris canariensis; Phalaroides arundinacea; Phragmites australis; Poa compressa; Schedonorus pratensis; Triseum; Triticum.

Steuer (1987a) noemt de soort van Phalaroides arundinacea en Phragmites australis, en slechts incidenteel van Schedonorus pratensis.

Steuer (1987a) mentions the species from Phalaroides arundinacea and Phragmites australis, and only occasionally from Schedonorus pratensis.

fenologie Larven in april-mei en in juli (Traugott-Olsen & Schmidt Nielsen, 1977a).

phenology Larvae in April - May and July (Traugott-Olsen & Schmidt Nielsen, 1977a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa, met uitzondering van het Iberisch Schiereiland, mogelijk ook het Balkan-schiereiland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Entire Europe, excepted the Iberian Peninsula and perhaps also the Balkan Peninsula (Fauna Europaea, 2009).

larve Geelgroen, kop en pronotum lichtbruin; zie Steuer (1987a) voor een gedetailleerde beschrijving.

larva Yellowish green, head and pronotum pale brown; see Steuer (1987a) for a detailed description.

pop Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

pupa Described by Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen Elachista cerusella (Hübner, 1796); E. monosemiella Rössler, 1881.

synonyms Elachista cerusella (Hübner, 1796); E. monosemiella Rössler, 1881.

literatuur

references

Baran, Mazurkiewicz & Pałka (2007a), Bidzilya, Budashkin & Zhakov (2016a), Biesenbaum (1995b), Bland (1996a), Diškus & Stonis (2012a), Ford (1943a), Hering (1957a, 1963a), Kaila, Nupponen, Junnilainen, Nupponen, Kaitila & Olschwang (2003a), Kuchlein & de Vos (1999a), Leutsch (2011a), Parenti & Varalda (1994a), Patočka & Turčáni (2005a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Sønderup (1949a), Sruoga & Ivinskis (2005a, 2011a), Sruoga, StunþënaV & Paulavièiûte (2009a), Steuer (1987a), Szőcs (1977a, 1981a), Traugott-Olsen & Schmidt Nielsen, 1977a).

16/01/2017