Elachista nolckeni Šulcs, 1992

Lepidoptera, Elachistidae

mijn De mijn begint als een nauw gangetje dat van de bladbasis tot bijna de bladtop opstijgt; daarna daalt de mijn weer af, en maakt dan een bleekgroen opgebold blaasmijntje van 4.5-6 mm lang. Althans in kweek verhuisden de larven soms naar een ander blad. Verpopping in de grond.

mine The mine begins as a narrow gallery that ascends from the base of the leaf to almost the tip, then descends, forming a pale green inflated blotch of 4.5-6 mm length. At least in captivity the larvae sometimes moved to another leaf. Pupation in the ground.

waardplanten: Poaceae, monofaag

hostplants: Poaceae, monophagous

Phleum phleoides.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Van Estland tot de Pyreneeën en Italië, en van Franrijk tot Polen en Slowakije (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe From Estonia to the Pyrenees and Italy, and from France to Poland and Slovakia (Fauna Europaea, 2010).

larve, pop Lichaam bleek geelgroen tot olijfgroen, kop geelbruin. De chaetotaxie van de larve, en de pop, worden gedetailleerd beschreven door Baran (2002c).

larva, pupa Body pale yellowsh green to olive green, head yellowish brown. The chaetotaxy of the larva, and the pupa, are extensively described y Baran (2002c).

literatuur

references

Baran (2002c), Baran, Mazurkiewicz & Pałka (2007a), Bidzilya, Budashkin & Zhakov (2016a), Kaila, Nupponen, Junnilainen, Nupponen, Kaitila & Olschwang (2003a), Sruoga & Ivinskis (2005a).

14/01/2017