Elachista tengstromi Kaila, Bengtsson, Šulcs & Junnilaninen, 2001

Lepidoptera, Elachistidae

mijn Een sterk samengetrokken bovenzijdige vouwmijn gewoonlijk in het onderste derde deel van het blad, die begint bij de bladbasis. Vaak wordt een tweede tot derde mijn gemaakt, en die beginnen in de buurt van de bladtop; deze mijnen beginnen als fijn, vrijwel met frass gevulde gang, die tot de bladbasis doorloopt en zich intussen verbreedt tot een vouwmijn. Verpopping buiten de mijn (Steuer, 1980a).

mine A strongly contracted upper-surface tentiform mine, generally in the lower third of the leaf, beginning at the leaf base. Often a second or third mine is made, starting from the leaf tip. These secondary mines begin as a narrow, almost completely frass-filled corridor, that continues down to the leaf base, all the while widening into a tentiform mine. Pupation outside the mine (Steuer, 1980a).

waardplanten: Juncaceae, nauw monofaag

hostplants: Juncaceae, narrowly monophagous

Luzula pilosa.

Althans in Engeland schijnt dit de enige waardplant te zijn (Heckford, 2008a).

At least in Britain this seems to be the only hostplant (Heckford, 2008a).

fenologie Larven van het najaar tot eind april

phenology Larvae from autummn till the end of April.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië en Finland tot Zwitserland en Oostenrijk, en van Engeland tot Polen (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Scandinavia and Finland to Switzerland and Austria, and from Britain to Poland (Fauna Europaea, 2009).

larve Kop licht honingkleurig, monddelen donkerbruin; prothoracale en anale schild, en borsptoten doorschijnen geelgroen; lichaam matgroen, ventraal met een gele tint (Langmaid, 2007a). Steuer (1980a) geeft een mooie beschrijvingm, maar het is niet volstekt zeker dat deze inderdaad tengtromi geldt.

larva Head pale honey coloured, mouth-parts dark brown; prothoracic and anal plates and thoracic legs translucent yellowish green; body dull green, tinged yellowish ventrally (Langmaid, 2007a). Steuer (1980a) gives a detailed description, but it is not quite certain that this indeed refers to tengstromi.

synoniemen Elachista magnificella. Tot de publicatie van Kaila ea (2001a) werd deze soort gezien als een vorm van E. regificella.

synonyms Elachista magnificella. Untill the publication by Kaila ao (2001a) this species was considered a form of E. regificella.

opmerkingen Mijnen treden vooral op waar Luzula pilosa groeit in naaldbos, onder een overdekking van Deschampsia cespitosa (Steuer, 1980a).

notes Mines are mostly found where Luzula pilosa grows in coniferous forest, under a cover of Deschampsia cespitosa (Steuer, 1980a).

literatuur

references

Baran (2005a), Baran, Mazurkiewicz & Pałka (2007a), Beiger (1958a), Bidzilya, Budashkin & Zhakov (2016a) Ukraine, Buhr (1935b), Heckford (2008a), Kaila, Bengtsson, Šulcs & Junnilainen (2001a), Kaila & Langmaid (2005a), Langmaid (2007a), Steuer (1980a).

03/04/2017