Epinotia pygmaeana (Hübner, 1799)

Lepidoptera, Tortricidae

mijn De larve mineert groepjes jonge naalden geheel uit. Tussen de naalden maar een enkel draadje spinsel (vaak bevinden zich ook knopschubben in het spinsel). De larve leeft later in de zomer vrij tussen samengesponnen naalden.

mine Groups of young needles are completely mined out by the young larvae. Between the needles only a few strands of silk (often also bud scales are trapped in the silk). Later in summer the larva lives free among spun needles.

waardplanten: Pinaceae, oligofaag

hostplants: Pinaceae, oligophagous

Abies alba; Picea abiens, sitchensis.

fenologie Minerende larven in het voorjaar.

phenology Mining larvae in spring.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Fennoscandia tot de Pyreneeën, Italië en Bulgarijë, en van Engeland tot Centraal Rusland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Fennoscandia to the Pyrenees, Italy, and Bulgaria, and from Britain to Central Russia (Fauna Europaea, 2009).

larve Larve bleek groenig, met zwartbruine kop en pronotum. Anale kam aanwezig, ca 6 stekels. Pinacula matig groot, zelfde kleur als het integument. Buikpoten met ca 45 haakjes in een dubbele rij (Bradley ea, 1979a; Grandi 1931a, 1933a; Swatschek, 1958a).

larva Light greenish, with black brown head and pronotum. Anal comb present, c. 6 prongs. Pinacula moderately large, concolorous with the integument. Prolegs with c. 45 crochets in a double row (Bradley ao, 1979a; Grandi 1931a, 1933a; Swatschek, 1958a).

synoniemen Asthenia pygmaeana.

synonyms Asthenia pygmaeana.

opmerkingen Het is bevreemdend dat deze soort niet besproken wordt in Patočka's (1960a) book over de Midden-Europese Abies-vlinders.

notes It is difficult to understand why this species is noy treated in Patočka's (1960a) monograph of Central European Abies moths.

literatuur

references

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Buhr (1935b), Grandi (1931a, 1933a), Hering (1957a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Robbins (1991a) van Roosmalen, Wijker & Knijnsberg (2013a), Skala & Zavřel (1945a), Swatschek (1958a), Sønderup (1949a), Szőcs (1977a).

08/02/2013