Euhyponomeutoides ribesiella (Joannis, 1900)

Lepidoptera, Yponomeutidae

mijn Van begin tot eind een zeer smalle gangmijn die, tenzij de mijn vlakbij de bladrand ligt, begint met een spiraaltje; frass in fijne centrale zwarte lijn. De larve leeft later vrij onder een spinsel, veroorzaakt dan venstervraat.

mine From start to end a very narrow corridor that, unless the mine lies very close to the leaf margin, begins with a spiral. frass in a fine central black line. The older larva lives free under a spinning, causing window feeding.

waardplanten: Grossulariaceae, monofaag

hostplants: Grossulariaceae, monophagous

Ribes alpinum, uva-crispa.

fenologie Larven van mei tot juli (Hering, 1957a).

phenology Larvae from May to July (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE not recorded (Fauna Europaea, 2009).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Fennoscandia tot de Pyreneeën, Alpen en Karpathen, en van Frankrijk tot de Ukraïne (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Fennoscandia to the Pyrenees, Alps, and Carpathiand, and from France tot the Ukraine (Fauna Europaea, 2009).

synoniemen Nordmanniana, Zelleria, ribesiella.

synonyms Nordmanniana, Zelleria ribesiella.

literatuur

references

Burmann (1979a), Hering (1957a), Maček (1999a), Schütze (1931a), Skala (1951b), Szőcs (1977a).

04/09/2016