Exoteleia dodecella (Linnaeus, 1758)

Lepidoptera, Gelechiidae

Pinus sylvestris, Hilversum (winter): onderzijde van de mijn met het dichtgemaakte gaatje waar de larve is binnengedrongen (top van de naald links).

Exoteleia dodecella mine

Pinus sylvestris, Hilversum (winter): basal side of the mine, with the opening, closed with silk, by which the larva has entered (tip of the needle at left).

mijn Op ongeveer driekwart van de lengte van de naald dringt de larve aan de vlakke kant van de naald binnen; de opening wordt met spinsel dichtgemaakt (©). Van hier uit mineert de larve naar boven toe (een enkele maal ook nog een stukje naar beneden). De larve leeft in een ruime larvekamer in het onderste deel van de mijn, dat met banen van dicht spinsel wordt bekleed. De frass bevindt zich in het topdeel van de mijn. Soms wordt er een, zelden twee, openingen bijgemaakt waardoor een deel van de frass naar buiten wordt gewerkt; ook deze openingen worden met spinsel dichtgemaakt, en zijn daardoor lastig te zien. Bij het begin van de mijn geen eischaaltje zichtbaar. De larve overwintert in de mijn; in het voorjaar vreet hij aan scheuten en in samengesponnen naalden (Hering, 1957a). Verpopping buiten de mijn in een knop (Freeman, 1960a).

mine The larva enters the needle at about three quarter of its length, at the flat side; the opening is closed with silk (picture above). From here the larve mines upwards (rarely also a small distance downwards).The larva lives in a spacious larval chamber in the lowest part of the mine, lined with stripes of dense spinning. The frass is accumulated in the apical part of the mine. Sometimes one, more rarely two, openings are made to eject part of the frass; these openings too are closed with silk, and are difficult to find. No egg shell is visible at the start of the mine. The larva hibernates in the mine; in the following spring it feeds on the shoots and in spun needles (Hering, 1957a). Pupation external, in a bud (Freeman, 1960a).

waardplanten: Pinaceae, oligofaag

hostplants: Pinaceae, oligophagous

Larix decidua; Pinus mugo, sylvestris.

Volgens Elsner ea (1999a) ook op Abies en Picea; geen van de andere geciteerde auteurs ondersteunt dat.

Elsner ao (1999a) report the species also from Abies and Picea; none of the other authors cited does support this.

fenologie Larven mineren vanaf september tot in maart.

phenology Larvae mine from September till in March.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2010).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe All Europe (Fauna Europaea, 2010).

pop Zie Patočka (1997a), Patočka & Turčáni (2005a).

pupa See Patočka (1997a), Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen Teleia dodecella.

synonyms Teleia dodecella.

opmerkingen Vooral talrijk in industriegebieden (Schnaider, 1991a).

notes Especially numerous in industrial regions (Schnaider, 1991a).

literatuur

references

Baldizzone (2004a), Bland, Heckford & Langmaid (2002a), Buhr (1935b), Corley, Maravalhas & Passos de Carvalho (2006a), Elsner, Huemer & Tokár (1999a) , Freeman (1960a), Hering (1957a), Huemer (2012a), Kaitila (1996a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Patočka (1997a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins (1998a), Robbins (1991a), Schnaider (1991a), Skala (1950a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Szőcs (1977a), Zoerner (1969a).

11/02/2017