Gnorimoschema steueri Povolný, 1975

Lepidoptera, Gelechiidae

mijn Volgroeide larven zijn waargenomen in opvallende grote, wittige, blaasmijnen. De larve maakt verscheidene mijnen, en verhuist dan van het ene blad naar het ander via een smalle gang over de bladsteel en de wortelhals. Zelfs verhuizing naar een andere plant is waargenomen. De larve rust in een 1-2 cm lange buis van spinsel en zandkorrels nabij de wortelhals, vlak boven de grond. Verpopping in de grond (Huemer & Karsholt, 2010a).

mine Full grown larvae have been observed in conspicuous large, whitish blotch mines. The larva makes several mines, moving to another leaf via a narrow gallery over the petiole and the root collar. Even moving to another plant has been observed. The larva rests in a tube of 1-2 cm length, made of silk and sand grains, near the base of the plant, close to the soil surface. Pupation in the ground (Huemer & Karsholt, 2010a).

waardplanten: Asteraceae, nauw monofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly monophagous

Aster amellus.

fenologie Verpopping in eind juli, imagines waargenomen in augustus en begin september.

phenology Pupation in late July, adults seen in August and early September.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Gebergten van Midden-Europa.

distribution within Europe Mountains of Central Europe.

larve Kop barnsteengeel; ook het lichaam is doorschijnend barnsteengeel; stigmata, papillen en tarsklauwtjes roestbruin; setae kleurloos (Vávra, 1999a).

larva Head amber yellow; also body translucent amber yellow; stigmata, papillae and tarsal claws rusty brown; setae colourless (Vávra, 1999a).

literatuur

references

Elsner, Huemer & Tokár (1999a), Huemer & Karsholt (2010a), Vávra (1999a).

29/03/2012