Helotropha leucostigma (Hübner, 1808)

Lepidoptera, Noctuidae

mijn De larve leeft als boorder in de stengel en wortelstok bij verscheidene moerasplanten, maar volgens Robbins (1991a) en Porter (1997a) zou de larve bij gele lis vooral leven als interparenchymale bladmineerder.

mine The larve lives as a borer in the stem and rhizome of several helophytes, but according to Robbins (1991a) and Porter (1997a) in case of Yellow Iris it should primarily lives a an interparenchymatous leaf miner.

waardplanten: Iridaceae, monofaag (als mineerder!)

hostplants: Iridaceae, monopgagous (as a miner!)

Iris pseudacorus.

fenologie Larven mei-juli (Carter & Hargreaves, 1987a).

phenology Larvae in May - July (Carter & Hargreaves, 1987a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; VlinderNet.nl, 2010).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2010).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; VlinderNet.nl, 2010).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe All Europe (Fauna Europaea, 2010).

larve Lichaam grijsbruin, met drie lichte onduidelijke lengtestrepen; pinacula donkerbruin; kop glanzend bruin, prothoracale en anale plaat glimmend zwartbruin.

larva Body greyish brown with three vague pale length lines; pinacula dark brown; head shining brown, prothoracic and anal plates shining black.

pop Zie Patočka & Turčáni (2005a).

pupa See Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen Celaena leucostigma.

synonyms Celaena leucostigma.

literatuur

references

Carter & Hargreaves (1987a), Kuchlein & de Vos (1999a), Patočka & Turčáni (2005a), Porter (1999a), De Prins (1998a), Robbins (1991a).

17/07/2010