Incurvaria praelatella (Denis & Schiffermüller, 1775)

Lepidoptera, Incurvariidae

Spiraea douglasii, Delden

Incurvaria praelatella mines

Spiraea douglasii, Delden

detail

detail

Geum urbanum, België, prov. Limburg, de Hoefaert-Lanaken © Carina Van Steenwinkel

Incurvaria praelatella: excisions in Geum urbanum

Geum urbanum, Belgium, prov. Limbourg, de Hoefaert-Lanaken © Carina Van Steenwinkel

Geum urbanum, België, prov. Luik, Heid des Gattes-Aywaille © Carina Van Steenwinkel

Incurvaria praelatella: excisions in Geum urbanum

Geum urbanum, Belgium, prov. Liège, Heid des Gattes-Aywaille © Carina Van Steenwinkel

uitsnede, die al eens vergroot is met een stukje dood blad

Incurvaria praelatella: larval case

excision, after having been enlarged by a piece of dead leaf mateiral

mijn Klein (< 1 cm), in verse toestand transparant, voldiep blaasmijntje beginnend aan de bladrand meestal nabij de bladtop, met verspreid liggende frasskorrels. Soms meer dan één mijn in een blad. De larve verlaat al snel de mijn door het maken van een ovale dubbelwandige uitsnede. In dit zakje leeft hij vervolgens vrij.

mine Small (< 1 cm), full depth blotch, transparant when fresh, starting at the leaf margin, usually near the leaf tip; frass in scattered grains. Sometimes several mines in a leaf. The larva soon makes an elliptic double sided excision. Subsequently, it continues feeding within this case.

waardplanten: vooral Rosaceae; zwak polyfaag

hostplants: mainly Rosaceae; weakly polyphagous

Achillea; Agrimonia; Alchemilla vulgaris; Filipendula; Fragaria vesca; Geum rivale; Potentilla reptans; Rubus fruticosus; Spiraea douglasii.

Voorkeur voor vochtige, beschaduwde plekken; Fragaria is het belangrijkste geslacht van waardplanten (Hering, 1957a).

Preference for damp, shady situations; Fragaria is the main hostplant genus (Hering, 1957a).

fenologie Larven worden minerend gevonden in juni - juli (Heath & Pelham-Clinton, 1976a), of nog wat later (Emmet, 1974a); ikzelf vond ze in de tweede helft van augustus. Hering (1957a) schrijft augustus-october.

phenology Mining larvae in June - July (Heath & Pelham-Clinton, 1976a), or even later (Emmet, 1974a); I myself found them in mid August. Hering (1957a) writes Augustus - October.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa, uitgezonderd het Iberisch Schiereiland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Entire Europe, excluding the Iberian Peninsula (Fauna Europaea, 2009).

synoniemen Lampronia praelatella.

synonyms Lampronia praelatella.

literatuur

references

Bengtsson (2008a), Buhr (1964a), Emmet (1974a), Heath & Pelham-Clinton (1985a), Hellers (2016a), Hering (1957a), Huber (1969a), Huemer (1988a, 2012a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Nowakowski (1954a), Robbins (1991a), Sønderup (1949a), Szőcs (1977a).

26/11/2016