Kessleria alternans (Staudinger, 1870)

Lepidoptera, Yponomeutidae

mijn Onregelmatige mijn. Oudere larven leven vrij in een spinselbuis.

mine Irregular mine. Older larvae live free in a silken tube.

waardplanten: Saxifragaceae, nauw monofaag

hostplants: Saxifragaceae, narrowly monophagous

Saxifraga oppositifolia, paniculata.

Mijnen alleen in de brede bladeren van S. paniculata. Bij S. oppositifolia maken de jonge larven meteen al spinselbuizen en vreten vadaar uit de bladeren geheel op.

Mines only in the broad leaves of S. paniculata. In S. oppositifolia the larvae immediately begin making their silken tubes, to completely devour the leaves from there.

fenologie De larven overwinteren vermoedelijk tweemaal.

phenology The larvae probably hibernate twice.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2013).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2013).

verspreiding binnen Europa Alpen, Kaukasus, 1600-2200 m.

distribution within Europe Alps, Caucasus, 1600-2200 m.

larve Kop lichtbruin; prothoracale plaat licht groenbruin, anale plaat groenbruin; grondkleur van het lichaam vuil groenbruin met een roodachtig bruine dorsaallijn; brede, in vlekken uiteengevallen roodachtg bruine subdorsaallijn; pinacula groenbruin; borstpoten lichtbruin.

larva Head light brown; prothoracic shield light greenish brown, anal shield greenish brown; ground colour of body dull greenish brown with reddish brown dorsal line, subdorsal line formed by disunct reddish brown spots; pinacula greenish brown; thoracic feet light brown.

literatuur

references

Baldizzone (2008a), Huemer & Tarmann (1991a).

22/01/2013