Lyonetia clerkella (Linnaeus, 1758)

Lepidoptera, Lyonetiidae

Prunus avium, Duitsland, Badenweiler

7599

Prunus avium, Germany, Badenweiler

detail: larvekamer

7599

detail: larva chamber

Betula pendula, Hilversum: verlaten larvekamer

17590_2

Betula pendula, Hilversum: vacated larva chamber

Crataegus monogyna, Zwijdrecht © Kris Peeters-Heyman

Lyonetia clerkella: mines on Crataegus monogyna

Crataegus monogyna, Zwijdrecht © Kris Peeters-Heyman

Amelanchier lamarckii, Zwijdrecht © Kris Peeters-Heyman: omdat het blad van Amelanchier zo dun is, is het geen aantrekkelijke waardplant.

Lyonetia clerkella: mine on Amelanchier lamarckii

Amelanchier lamarckii, Zwijdrecht © Kris Peeters-Heyman: because the leaf of Amelanchier is so thin, it is not attractive as a hostplant.

Prunus cerasus, België: Berchem © Chris Snyers: cocon in hangmatje

-196

Prunus cerasus, Belgium: Berchem © Chris Snyers: cocoon in its hammock

Sorbus spec., Amsterdam: ovipositie-litteken

18266

Sorbus spec., Amsterdam: oviposition scar

mijn Ovipositie middels een legboor, zodat er klein ovipositielitteken ontstaat (©) maar er geen eischaaltje zichtbaar is. Van daar loopt een lange tot zeer lange, slanke, voldiepe mijn die geen associatie met nerven of bladrand heeft. De hoofdnerf wordt probleemloos overschreden (zie de 'special'); ook oversnijdt de mijn vaak zichzelf, waarna afgesnoerde delen van het blad meestal afsterven. Frass in een dunne mediane lijn. De larve verlaat de mijn voor de verpopping aan de bladbovenzijde. De pop wordt vrij in een spinsel opgehangen in een poppenwieg.

De larve is ongewoon slank; daardoor is het frass-vrije deel van de mijn na het verlaten van de mijn veel langer dan bij Stigmella-mijnen (> 3 x zo lang als breed).

mine Oviposition is by means of an ovipositor; what remains is a small scar: no egg shell is visible at the start of the mine. From here a long, sometimes very long, slender, full depth corridor winds throught the leaf, not steered by leaf margin or the leaf venation. The midrib is crossed effortless (see 'special'); the corridor frequently also crosses itself; the section of the leaf cut off then usally turns brown and dies off. Frass in a narrow central line. The larva vacates the mine prior to pupation through an exit in the upper epidermis. Pupation takes place in a cocoon that hangs in a 'hammock' in a fold of the leaf.

The larva is unusually slender. This makes that the vacated larval chamber is proportionally much longer than in the case of Stigmella mines (> 3 x longer than broad).

waardplanten: Betulaceae, Rosaceae, nauw polyfaag

hostplants: Betulaceae, Rosaceae, narrowly polyphagous

Amelanchier lamarckii; Betula pendula, pubescens; Chaenomeles japonica; Cotoneaster glaucophyllus, integerrimus, salicifolius; Crataegus coccinea, crus-galli, laevigata, mollis, monogyna; Cydonia oblonga; Malus baccata, domestica, fusca, pumila, sylvestris; Mespilus germanica; Prunus armeniaca, avium, cerasifera, cerasus, domestica & subsp. insititia, glandulosa, laurocerasus, mahaleb, mume, padus, pensylvanica, persica, pseudocerasus, serotina, serrulata, spinosa, subhirtella, triloba; Pyracantha coccinea; Pyrus communis; Sorbus aria, aucuparia, domestica, intermedia.

Mijnen op Prunus serotina zijn meestal, op P. laurocarasus wel altijd, abortief.

Mogelijk deels wegens zijn talrijkheid zijn er nogal wat waarnemingen van xenophagie: Humulus lupulus en Salix caprea, fragilis (Klimesch, 1957a; Huber, 1969a; Borkowski, 2003a); Castanea sativa en Ribes (Hering, 1957a); Quercus (Robbins, 1991a); Rhamnus catharticus (Ellis, 2001a).

Mines on Prunus serotina are usually, and those on P. laurocarasus practically always abortive.

Possibly in part because of its abundance there are quite some references to xenophagy: Humulus lupulus and Salix caprea, fragilis (Klimesch, 1957a; Huber, 1969a; Borkowski, 2003a); Castanea sativa and Ribes (Hering, 1957a); Quercus (Robbins, 1991a); Rhamnus catharticus (Ellis, 2001a).

fenologie Mijnen worden gevonden van mei tot november.

phenology Mines are found from May till november.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2007).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Ellis).

BENELUX

BE oberved (Phegea, 2007).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Ellis).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe All of Europe (Fauna Europaea, 2007).

pop Beschreven door Patočka (1997a, 2000a), Patočka & Turčáni (2005a).

pupa Described by Patočka (1997a, 2000a), Patočka & Turčáni (2005a).

opmerkingen Gewoonlijk zeer talrijk, maar de aantallen kunnen van jaar tot jaar sterk uiteenlopen. Soms schadelijk in de fruitteelt.

In tegenstelling tot bij de meeste vlindermijnen worden de frasskorrels niet aan plafond of bodem geplakt, maar ligt als losse korrels in de gang.

notes Usually very common, but the numbers may fluctuate strongly from year to year. Sometimes a pest on fruit crops.

Contrary to most Lepidoptera miners, in clerkella the frass does not stick to ceiling or floor of the mine, but is distributed as loose granules in the gallery.

literatuur

references

Ahr (1966a), Amsel & Hering (1931a, 1933a), Baggiolini (1960a), Baldizzone (2004a), Baryshnikova (2007a), Beiger (1979a), Bengtsson & Johansson (2011a), Borkowski (2003a), Buhr (1935a,b, 1936a, 1937a, 1964a), Buszko (1981a, 1992b), Buszko & Beshkov (2004a), Diškus & Stonis (2012a), Drăghia (1972a), van Frankenhuyzen (1969a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1921a, 1926b, 1927b, 1957a, 1961a), Huber (1969a), Huemer (1988a, 2012a), Huemer & Erlebach (2003a), Kasy (1983a, 1987a), Klimesch (1950c, 1957a, 1958c), Kollár (2007a), Kollár & Hrubík (2009a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), ME & MA Kurz (2007a), Kvičala (1938a), Leutsch (2011a), Lhomme (1934a), Maček (1999a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), Michna (1975a), Nowakowski (1954a), Patočka (1997a, 2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Quantz (1927a), Robbins (1991a), Sefrová (2005a), Seven (2006a), Skala (1941a, 1951a), Skala & Zavřel (1945a), Starý (1930a), Sønderup (1949a), Szőcs (1977a, 1978a, 1981a).

15/01/2017

ß