Micrurapteryx gradatella (Herrich-Schäffer, 1855)

Lepidoptera, Gracillariidae

mijn Bovenzijdige, vlakke, blaasmijn; de meeste frass wordt uit de mijn verwijderd. Verpopping buiten de mijn.

mine Upper surfae, flat, blotch; most frass is ejected from the mine. Pupation outside the mine.

waardplanten: Fabaceae, oligofaag

hostplants: Fabaceae, oligophagous

Lathyrus linifolius, montanus, tuberosu; Vicia amoena, sepium.

fenologie Larven tussen juni en augustus, in twee generaties (Hering, 1957a).

phenology Larvae between June and August, in two generations (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Fennoscandia tot het Iberische Schiereiland, Alpen en Roemenië, en van Duitsland tot Midden-Rusland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Fennoscandia to the Iberian Peninsula, Alps, and Romania, and from Germany to Central Russia (Fauna Europaea, 2009).

pop Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

pupa Described by Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen Parectopa gradatella.

synonyms Parectopa gradatella.

literatuur

references

Bengtsson & Johansson (2011a), Buszko (1992b), Hering (1957a), Kirichenko, Triberti, Mutanen, Magnoux, Landry & Lopez-Vaamonde (2016a), Patočka & Turčáni (2005a), Yefremova & Kravchenko (2015a).

06/09/2016