Millieria dolosalis (Heydenreich, 1851)

Lepidoptera, Choreutidae

mijn Grote, zwartige, voldiepe blaasmijn, aan de bladrand. Geen begingang. Frass korrelig, verspreid in de mijn. Larve solitair. Verpopping in een schijfvormige cocon in de mijn.

mine Large, blackish, full depth blotch at the leaf margin. No initial corridor. Frass in grains, scattered through the mine. Larva solitary. Pupation in a discoidal cocoon within the mine.

waardplanten: Aristolochiaceae, monofaag

hostplants: Aristolochiaceae, monophagous

Aristolochia clematitis, macrophylla, pistolochia.

fenologie Larven in juni en september (Hering, 1957a).

phenology Larvae in July and September (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europa, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europa, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Duitsland tot het Iberisch Schiereiland, Corsica, Italië en Griekenland, en van Frankrijk tot Centraal- en Zuid-Rusland (Fauna Europa, 2009).

distribution within Europe From Germany to the Iberian Peninsula, Corsica, Italy, and Greece, and from France to Central and South Russia (Fauna Europa, 2009).

larve Wit, met zwarte kop en pronotum.

larva White, head and pronotum black.

synoniemen Millieria dolosana (Herrich-Schäffer, 1854).

synonyms Millieria dolosana (Herrich-Schäffer, 1854).

literatuur

references

Chrétien (1926a), Csóka (2003a), Drăghia (1971a), Hering (1957a), Kuznetsov (1990b), Lhomme (1934a), Parenti & Varalda (2000a), Skala (1951a,b), Skala & Zavřel (1945a), Sonderegger (2011a), Stolnicu (2007a, 2008a), Szőcs (1977a, 1981a), Ureche (2010a), Utech (1962a).

16/01/2017