Monochroa conspersella (Herrich-Schäffer, 1854)

Lepidoptera, Gelechiidae

Lyismachia vulgaris, België, prov. Antwerpen, Kalmthoutse Heide; © Steve Wullaert

Monochroa conspersella: mines on Lyismachia vulgaris

Lyismachia vulgaris, België, prov. Antwerpen, Kalmthoutse Heide; © Steve Wullaert

Mijnen vooral aan de bladtop

Monochroa conspersella: mines on Lyismachia vulgaris

Mines mainly at the leaf tip

mijn Onderzijdige blaasmijn zonder plooien, met onregelmatige gangachtige uitlopers; het centrum van de mijn is bruinachtig. De mijn begint aan de top van het blad. Frass verspreid. Na de overwintering leeft de larve tussen samengesponnen bladeren en mineert niet meer (Klimesch, 1958a).

mine Lower surface blotch without folds, with irregular corridor-like extensions; centre of the mine brownish. The mine starts at the tip of the leaf. Frass dispersed. After the hibernation the larve lives between spun leaves and does not mine any more (Klimesch, 1958a).

waardplanten: Primulaceae, monofaag

hostplants: Primulaceae, monophagous

Lysimachia vulgaris.

Zou volgens oudere literatuur, onder meer Hering (1957a) ook voorkomen op Lythrum salicaria, maar dit wordt door Elsner ea (1999a) en Bland ea (2002a) niet bevestigd. Sattler (1974a) en Wieser & Huemer (1999a) noemen de soort expliciet monofaag op Lysimachia.

Older sources, including Hering (1957a), also mention Lythrum salicaria as a hostplant, but this is not confirmed by Elsner ao (1999a) or Bland ao (2002a). Sattler (1974a) and Wieser & Huemer (1999a) explicitely call the species monophagous on Lysimachia.

fenologie Larven mineren van september tot het invallen van de winter (Hering, 1957a).

phenology Larvae mine from September till the onset of winter (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2010).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX rcorded (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Van Fennoscandia en Oost-Rusland tot de Pyreneeën, Sicilië en Albanië, en van Engeland tot de Ukraine (Bland ea, 2002a; Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe From Fennoscandia and East-Russia to the Pyrenees, Sicily, and Albania, and from Britain to the Ukraine (Bland ao, 2002a; Fauna Europaea, 2010).

pop Zie Patočka (1997a), Patočka & Turčáni (2005a).

pupa See Patočka (1997a), Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen Monochroa, Xystiphora morosa (Mühlich, 1864).

synonyms Monochroa, Xystiphora morosa (Mühlich, 1864).

opmerkingen Hering (1957a) schrijft dat de larven na de overwintering leven als stengelboorders. Bland ea (2002a) schrijven slechts dat stengelmijnen worden gemaakt en in mindere mate ook bladeren worden gegeten, bovendien suggererend dat dit in het voorjaar gebeurt, niet in het najaar. Het valt te bezien of deze publicaties dezelfde soort bedoelen.

notes Hering (1957a) states that after the hibernation the larva lives as a stem borer. Bland ao (2002a) only write that bark mines are made, and that young leaves are eaten to a lesser extent, suggesting moreover that this happens in spring rather than in autumn. It remains to be seen if the same species is involved in these publications.

literatuur

references

Bland ao (2002a), Buhr (1935b, 1964a), Elsner, Huemer & Tokár (1999a), Hering (1957a), Huber (1969a), Huisman ao (2009a), Klimesch (1958a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Patočka (1997a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins (1998a), De Prins & Steeman (2013a), Sattler (1974a), Skala (1950a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Szőcs (1977a), Wieser & Huemer (1999a).

11/09/2016