Monochroa suffusella (Douglas, 1850)

Lepidoptera, Gelechiidae

Eriophorum angustifolium, België, prov. Antwerpen, Kalmthoutse Heide © Dan Slootmaekers; de mijn begon in het oudste, donker gekleurde deel van het blad; rechts de uitvlieg-opening

Monochroa suffusella: mine on Eriophorum angustifolium

Eriophorum angustifolium, Belgium, prov. Antwerp, Kalmthoutse Heide © Dan Slootmaekers: the mine started in the oldest, dark-coloured part of the leaf; at right the emergence hole

geopende mijn

Monochroa suffusella: mine on Eriophorum angustifolium, opened

opened mine

mijn In het najaar boort de larve in de stengel en mineert in het onderste deel van het blad. In het voorjaar maakt de larve aanvankelijk een bleekrode, korte bochtige gang in het onderste, roodgekleurde deel van een overwinterd blad. Later wordt de mijn naar boven uitgebreid in het groene deel van het blad. De mijn is hier bleekgroen en vult bijna de hele bladbreedte; de lengte in het groene deel van het blad is 20-65 mm. Frass groen. De volgroeide larve verlaat voor de verpopping de mijn door een bovenzijdige opening.

mine In autumn the larva bores into the stem and mines in the lower part of the leaf. After hibernation the larva at first makes a short pale reddish undulating gallery in the lowest, reddened part of the hibernated leaf. Later the mine is extended upwards in the green part of the leaf. Here the mine is pale greenish, almost occupying the entire width of the leaf; the lenght of the mine in the green section measures 20-65 mm. Frass green. The full grown larva vacates the mine for pupation by an upper surface opening.

waardplanten: Cyperaceae, monofaag

hostplants: Cyperaceae, monophagous

Eriophorum angustifolium.

Nel (1998a) nam de soort waar in een terrein waar Eriophorum ontbrak; mogelijk leefde hij daar op een Carex.

Nel (1998a) observed the species at a site where Eriophorum was not present; possibly it lived there on some Carex.

fenologie Larven van het najaar tot het voorjaar; overwintering in de mijn (Bland ea, 2002a).

phenology Larvae from autumn till spring; hibernation in the mine (Bland ao, 2002a).

BENELUX

BE waargenomen (zie foto's hierboven).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2011).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2011).

BENELUX

BE recorded (see pictures above).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2011).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2011).

verspreiding binnen Europa Van Fennoscandia tot de Pyreneeën en Alpen, en van Ierland tot Roemenië (Fauna Europaea, 2011).

distribution within Europe From Fennoscandia to the Pyrenees and the Alps, and from Ireland to Romania (Fauna Europaea, 2011).

larve Dofgeel; kop doorschijnend, donkerbruin; prothoracale en anale plaat klein, driehoekig, lichtbruin; borstpoten geelbruin (Bland ea, 2002a; Sterling, 1998a).

larva Dull yellow; head dark brown, transparant; prothoracic and anal plate small, triangular, pale brown; thoracic feet yellowish brown (Bland ao, 2002a; Sterling, 1998a).

literatuur

references

Bland, Heckford & Langmaid (2002a), Elsner, Huemer & Tokár (1999a), Gielis, Huisman, Kuchlein, van Nieukerken, van der Wolf & Wolschrijn (1985a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Nel (1998a), Sterling (1998a), Szabóky (2012a).

04/09/2016