Neofriseria peliella (Treitschke, 1835)

Lepidoptera, Gelechiidae

mijn De jonge larve maakt een onregelmatig blaasmijntje in de jonge bladeren. Later leeft hij vrij in spinsel aan de basis van de stengel en de wortelhals.

mine The young larva makes an irregular blotch in the young leaves. Later it lives free in a spnning at the base of the stem and the root crown.

waardplanten: Polgyonaceae, nauw monofaag

hostplants: Polygonaceae, narrowly monophagous

Rumex acetosella.

fenologie minerende larven in april (- mei) (Kaitila, 1996a).

phenology mining larvae in April (- May) (Kaitila, 1996a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2011).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2011).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2011).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2011).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2011).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2011).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa (Fauna Europaea, 2011).

distribution within Europe All Europe (Fauna Europaea, 2011).

larve Lichaam chocoladebruin, met minuscule zwarte pinacula; kop en prothoracale plaat zwart; anale plaats vuil grijsgeel met donkerder vlekjes; borstpoten zwart (Bland ao, 2002a).

larva Body chocolate brown with minute black pinacula; head and prothoracic shield black; anal shield dirty greyish yellow with darker spots; thoracic feet black (Bland ao, 2002a).

pop Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

pupa Described by Patočka & Turčáni (2005a).

literatuur

references

Bland, Corley, Emmet ao (2002a), Elsner, Huemer & Tokár (1999a), Kaitila (1996a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Patočka & Turčáni (2005a), Szabóky (2012a).

04/09/2016