Nonagria typhae (Thunberg, 1784)

Lepidoptera, Noctuidae

mijn Onregelmatige, slordig uitgerande interparenchymale gang, later blaasmijn. Frass korrelig, bruin, in hoeken van de mijn. Na verloop van tijd leeft de larve verder als stengelboorder.

mine Irregular interparenchymatous corridor, sides haphazarly scalloped out. Frass granular, brown, in corners of the mine. After a while the larva becomes a stem borer.

waardplanten: Typhaceae, monofaag

hostplants: Typhaceae, monophagous

Typha angustifolia, latifolia.

fenologie Larven in juni-juli (Hering, 1957a).

phenology Larvae in June - July (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Vlindernet.nl, 2010).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Vlindernet.nl, 2010).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Waarschijnlijk heel Europa (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe Probably all Europe (Fauna Europaea, 2010).

larve Lichaam bleek-geelbruinig tot vleeskeurig, met drie lichte lengtestrepen; kop en prothoracale plaat glanzend lichtbruin, anale plaat donkerbruin. Pinacula kleurloos, onopvallend, stigmata zwart, beharing zeer kort.

larva Body pale yellowish brown to flesh-coloured, with three whitish length lines; head and prothoracic plate shining light brown, anal plate dark brown. Pinacula coloiurless, inconspicuous, stigmata black, hairs very short.

pop Zie Patočka & Turčáni (2005a); hangt met de kop naar beneden in de stengel (Hering, 1957a).

pupa See Patočka & Turčáni (2005a); hangs with the head down in the stem (Hering, 1957a).

synoniemen Phragmitiphila typhae.

synonyms Phragmitiphila typhae.

literatuur

references

Hering (1957a), Kuchlein & de Vos (1999a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins (1998a), Robbins (1991a), Skala (1948a), Starý (1930a), Szőcs (1977a).

29/02/2012