Orophia ferrugella (Denis & Schiffermüller, 1775)

Lepidoptera, Depressariidae

mijn Voldiepe blaasmijn van verscheidene cm lang, in de lengterichting van het blad. De larve maakt een aantal mijnen. Frass alleen in het begin van de eerste mijn; uit latere mijnen wordt de frass verwijderd. Na verloop van tijd gaat de larve vrij leven in een tot een koker samengesponnen blad.

mine Full depth blotch, several cm long, parallel to the midrib. The larva makes several mines. Frass only in the first mine; from the subsequent ones the frass is removed. The older larva lives free in a leaf spun into a tube.

waardplanten: Campanulaceae, nauw monofaag

hostplants: Campanulaceae, narrowly monophagous

Campanula persicifolia.

fenologie Larven in het voorjaar (Hering, 1957a).

phenology Larvae in spring (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 1009).

NE not recorded (Fauna Europaea, 2009).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Vrijwel geheel Europa, uitgezonderd de Britse Eilanden en het Balkan Schiereiland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Almost all Europe, except the British Isles and the Balkan Peninsula (Fauna Europaea, 2009).

pop Afgebeeld door Patočka (1997a).

pupa Illustrated by Patočka (1997a).

synoniemen Cryptolechia, Cephalispheira, Rhinosia ferrugella.

synonyms Cryptolechia, Cephalispheira, Rhinosia ferrugella.

literatuur

references

Buhr (1935a), Hering (1957a), Patočka (1997a), De Prins & Steeman (2013a), Skala (1950a, 1951a), Sønderup (1949a), Starý (1930a), Szőcs (1977a).

11/09/2016