Pancalia nodosella (Bruand, 1851)

Lepidoptera, Cosmopterigidae

mijn jonge larven boren in de bladsteel, maar maken vandaar ook onregelmatige blaasmijnen in de bladeren. Als de larve ouder wordt kan hij venstervraat veroorzaken buitenop de bladeren, maar uiteindelijk boren ze in de ondergrondse stengel (Koster & Sinev, 2003a).

mine young larvae bore in the petiole, but may make irregular blotch mines in the leaves. The older larvae may cause external window feeding, but ultimately they bore in the rootstock (Koster & Sinev, 2003a).

waardplanten: Violaceae, monofaag

hostplants: Violaceae, monophagous

Viola tricolor subsp. curtisii.

fenologie Larven in juni-juli.

phenology Larvae in June, July.

BENELUX

BE waargenomen (De Prins, 1998a).

NE waargenomen Koster (1991a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2014).

BENELUX

BE recorded (De Prins, 1998a).

NE recorded Koster (1991a).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2014).

verspreiding binnen Europa van Duitsland tot het Iberisch Schiereiland, en van Frankrijk tot de Ukraïne (Fauna Europaea, 2014).

distribution within Europe from Germany to Iberia, and from France to the Ukraine (Fauna Europaea, 2014).

opmerkingen De verwante Pancalia leeuwenhoekella (Linnaeus), mogelijk ook P. schwarzella (Fabricius) boren in de bladsteel, en later de ondergrondse stengel, maar maken voorzover bekend geen bladmijnen. Ook hun aanwezigheid wordt verraden door verwelking van de planten.

notes The related Pancalia leeuwenhoekella (Linnaeus), possibly also P. schwarzella (Fabricius) bore in the petiole, later in the rhizome, but as far as known they never make mines. Like in nodosella, their presence is betrayed by wilting of the plants.

literatuur

references

Corley, Maravalhas & Passos de Carvalho (2006a), Koster (1991a), Koster & Sinev (2003a)

13/02/2017