Parafomoria ladaniphila (Mendes, 1910)

Lepidoptera, Nepticulidae

mijn Ei op de bovenzijde van het blad. De mijn begint als een kort, heel nauw, bijna onzichtbaar gangetje dat zich snel verwijdt tot een cirkelvormige voldiepe blaasmijn met een central ophoping van frass, de gekleefd is aan de bovenepidermis. De larve verschuilt zich vaak onder deze frassplek. Het blad bolt plaatselijk op, zodat er aan de onderzijde een blaar ontstaat. Verpopping buiten de mijn; boogsnede in de bovenepidermis (van Nieukerken, 1985b).

mine Ovipostion at the leaf upperside. Mine starts as a short, very narrow, almost invisible gallery, soon becoming a full depth circular blotch, in which the frass is concentrated in a circular spot in the centre, adhering to upper epidermis. The larva often hides beneath the aggregation of frass. The leaf swells in the position of the mine, forming a blister on the leaf underside. Puptation outside the mine; exit-slit on leaf-upperside (van Nieukerken, 1985b).

waardplanten: Cistaceae, monofaag

hostplants: Cistaceae, monophagous

Cistus ladanifer, laurifolius.

fenologie Larven zijn waargenomen in februari en maart.

phenology Larvae have been observed in February and March.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Portugal, Zuid-Spanje (van Nieukerken, 1983b, 1985b).

distribution within Europe Portugal, Zuid-Spanje (van Nieukerken, 1983b, 1985b).

larve Gelig, ligt ruggelings in de mijn. Meso- en metathorax met 10 paren borstels.

larva Yellowish, lying venter upwards in the mine. Meso- and metathorax with 10 pairs of setae.

synoniemen Stigmella ladaniphila.

synonyms Stigmella ladaniphila.

literatuur

references

Hering (1957a), A & Z Laštůvka (2014a), van Nieukerken (1983b, 1985b, 1986a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2004a), Skala (1939a).

13/08/2014