Parafomoria pseudocistivora van Nieukerken, 1983

Lepidoptera, Nepticulidae

Cistus salvifolius, Sicilië; uit van Nieukerken (1983b)

Parafomoria pseudocistivora mine

Cistus salvifolius, Sicily; from van Nieukerken (1983b)

Cistus monspeliensis, Tunesië; uit van Nieukerken (1983b)

Parafomoria pseudocistivora mine

Cistus monspeliensis, Tunisia; from van Nieukerken (1983b)

mijn Ei op de bovenzijde van het blad. Vrij lange, vaak gekronkelde, smalle gang die zich nauwelijks verbreedt. Frass in een onderbroken centrale lijn, die nergens meer dan 1/3 van de gangbreedte inneemt. Verpopping buiten de mijn.

mine Ovipostion at the leaf upperside. Rather long, often contorted, narrow corridor that hardly widens towards the end. Frass in an interupted central line that never occupies over 1/3 of the corridor width. Pupation outside the mine.

waardplanten: Cistaceae, monofaag

hostplants: Cistaceae, monophagous

Cistus albidus, creticus, crispus, salviifolius.

fenologie Larven waargenomen van de wintermaanden tot in maart; ze overzomeren in de cocoon.

phenology Larvae observed from the winter months till March; they aestivate in their cocoon.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Waarschijnlijk het hele Middelandse Zee-gebied (van Nieukerken, 1983b).

distribution within Europe Probably the entire Mediterranean Region (van Nieukerken, 1983b)

larve Gelig, ligt ruggelings in de mijn. Meso- en metathorax met 9 paren borstels.

larva Yellowish, lying venter upwards in the mine. Meso- and metathorax with 9 pairs of setae.

opmerkingen Voor 1983 verward met P. cistivora. De twee soorten verschillen onder meer in de vorm van de legboor, die lang en spits is bij pseudocistivora, kort en stomp bij cistivora. Het lijkt erop dat dit aanpassingen betekenen aan ovipositie op waardeplanten met behaarde, respectievelijk kale bladeren.

notes Confused with P. cistivora before 1983. One of the differences is in the shape of the ovipositor: long and acute in pseudocistivora, short and blunt in cistivora. Probably these are adaptations to oviposition on plants with hairy and hairless leaves, respectively.

literatuur

references

Laštuvka & Laštuvka (1997a), van Nieukerken (1983b, 1985b, 1986a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2004a, 2006a), Zerafa & van Nieukerken (2011a).

13/02/2017