Parectopa robiniella Clemens, 1863

Lepidoptera, Gracillariidae

Robinia pseudoacacia, Bulgarije, Varna © Stéphane Claerebout: volgroeide mijnen

Parectopa robiniella: mine on Robinia pseudoacacia

Robinia pseudoacacia, Bulgaria, Varna © Stéphane Claerebout: completed mines

het ei en het onderzijdige beginmijntje

Parectopa robiniella: mine on Robinia pseudoacacia

the egg and the lower-surface initial mine

beginmijn in doorzicht

Parectopa robiniella: mine on Robinia pseudoacacia

initial mine, lighted from behind

Robinia pseudoacacia, Frankrijk, dépt. Tarn, Cambounès © Steve Wullaert & Zoe Vanstraelen

Parectopa robiniella: mine on Robina pseudoacacia

Robinia pseudoacacia, France, dépt. Tarn, Cambounès © Steve Wullaert & Zoe Vanstraelen

larve in de mijn; aan de tintverschillen is te zien dat een onderzijdig en een bovenzijdige mijn elkaar overlappen

Parectopa robiniella: mine on Robina pseudoacacia

larva in the mine; differences in shade show the overlapping of an under-surface mine and an upper-surface one

jeugdmijntje

Parectopa robiniella: mine on Robina pseudoacacia

youth mine

in doorzicht

Parectopa robiniella: mine on Robina pseudoacacia

lighted from behind

mijn Ovipositie aan de bladonderzijde, in een nerfoksel van de hoofdnerf. De larve maakt eerst een onderzijdige blaasmijn, maar boort zich dan door het blad naar boven en maakt daar een grote langgerekte bovenzijdige blaasmijn, bovenop de middennerf; met lobbige uitlopers. De mijn is wittig van kleur. Larve solitair. Verpopping buiten de mijn.

mine Oviposition at the underside of the leaf, in an axil of the midrib. The larve starts by making a lower-surface blotch, but then works itself to the leave's upper surface and makes an upper-surface blotch on top of the midrib. The blotch is elongate with lobe-like extensions, and whtish in colour. Larva solitary. Pupation external.

waardplanten: Fabaceae, monofaag

hostplants: Fabaceae, monophagous

Robinia pseudoacacia.

BENELUX

BE waargenomen (Bagnée, 2014a).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

BE recorded (Bagnée, 2014a).

NE not recorded (Fauna Europaea, 2010).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Van Duitsland en Polen tot de Pyreneeën, Italië en Roemenië, en van Frankrijk tot de Ukraïne (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe From Germany and Poland to the Pyrenees, Italy, and Romania, and from France to the Ukraine (Fauna Europaea, 2010).

larve Groenig.

larva Greenish.

pop Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

pupa Described by Patočka & Turčáni (2005a).

opmerkingen Noordamerikaanse soort, die zich in 1970 nabij Milaan in Europa aandiende. Nu verspreid in heel Zuid- en Midden-Europa, schijnt zich in onze richting uit te breiden.In Zuid-Europa schadelijk omdat robinia een belangrijke drachtplant is voor honingbijen.

notes North American species, that made its appearance in Europe in 1970 near Milano. Now widely distributed in south and central Europe, seemingly expanding towards the NW. Considered a pest in southern Europe because Acacia is an important nectar source for commercial honeybee keeping.

literatuur

references

Arbeitsgemeinschaft Microlepidoptera in Bayern (2010a), Baugnée (2014a), Béguinot (2010a), Buszko & Beshkov (2004a), Csóka (2001a, 2003a), Hellrigl (2006a), Huemer & Erlebach (2003a), Huemer ao (1992a), Ivinskis & Rimsaite (2008a), Jaworski (2009a), Kollár (2007a), Kollár & Hrubík (2009a), ME & MA Kurz (2007a), Lakatos ao (2005a), Maček (1999a),, Martinez &Chambon (1987a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), Melika ao (2006a), Olivella (2005a), Parenti & Varalda (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Sauer (1981a), Sefrová (2005a), Stammer (2016a), Stolnicu (2007a), Szőcs (1977a), Tomov & Krusteva (2007a), Ureche (2006a, 2010a).

27/04/2017