Parornix anguliferella (Zeller, 1847)

Lepidoptera, Gracillariidae

mijn Onderzijdig, epidermaal gangetje, voortgezet in een blaas. In de blaas wordt enig spinsel afgezet, waardoor een zwak samengetrokken vouwmijn ontstaat, De larve verlaat na enige tijd de mijn, en leeft daarna onder een omgeslagen bladrand. Er worden enkele van deze bladvouwen gemaakt.

mine Lower-surface, epidermal, corridor, continued into a blotch. Some silk is deposited in the blotch, causing it to form a weakly contracted tentiform mine. After some time the larva leaves the mine and continues living in a folded leaf margin. Several folds are made before pupation.

waardplanten: Rosaceae, oligofaag

hostplants: Rosaceae, oligophagous

Amelanchier ovalis; Cydonia oblonga; Prunus avium, glandulosa, mahaleb, persica, spinosa; Pyrus communis, spinosa; Sorbus.

fenologie Larven in juni (Hering, 1957a).

phenology Larvae in June (Hering, 1957a).

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

NE uitgestorven (Kuchlein & de Vos, 1999a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE not recorded (Fauna Europaea, 2009).

NE extinct (Kuchlein & de Vos, 1999a).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Duitsland tot Sardinië, Sicilië en Griekenland, en van Nederland tot Zuid-Rusland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Germany to Sardinia, Sicily, and Greece, and from the Netherlands to southern Russia (Fauna Europaea, 2009).

pop Zie de tabel in Patočka & Turčáni (2005a).

pupa See the key in Patočka & Turčáni (2005a).

literatuur

references

Biesenbaum (2010a), Buhr (1935b), Buszko (1992b), Buszko & Beshkov (2004a), Hering (1957a), Huemer (1988a), Klimesch (1942a, 1958c), Klimesch & Skala (1936b), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Maček (1999a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Skala & Zavřel (1945a), Szőcs (1977a, 1981a).

07/04/2017