Parornix petiolella (Frey, 1863)

Lepidoptera, Gracillariidae

mijn Bovenzijdige, epidermale, wit-zilverige blaasmijn die het blad zo sterk kan samentrekken dat de mijn slechts als een zilverig streepje te zien is. De oudere larve leeft vrij in een naar boven omgeslagen bladrand.

mine Upper-surface, epidermal, white-silvery blotch that may contract the leaf so strongly that all that is visible is a white line. The older larva lives free in a leaf margin that has been folded upwards.

waardplanten: Rosaceae, vrijwel monofaag

hostplants: Rosaceae, almost monophagous

Malus baccata, domestica, sylvestris; Prunus cerasifera.

Voorkomen op Prunus is exceptioneel.

Occurrence on Prunus only exceptionally.

fenologie Minerende larven in augustus, september (Hering, 1957a).

phenology Mining larvae in August, September (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2011).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2011).

verspreiding binnen Europa Van Duitsland tot Italië, en van Frankrijk tot Centraal- en Zuid-Rusland (Fauna Europaea, 2011).

distribution within Europe From Germany to Italy, and from France to Central and South Russia (Fauna Europaea, 2011).

larve Prothorax met 2+2 zwarte puntjes.

larva Prothorax with 2+2 black spots.

pop Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a). De pop ligt in een stevige cocon, die ligt in een met spinsel afgesloten bladvouw.

pupa Described by Patočka & Turčáni (2005a). The pupa lies in a tough cocoon, that lies in a leaf fold that has been closed with silk.

synoniemen Ornix petiolella.

synonyms Ornix petiolella.

literatuur

references

Biesenbaum (2010a), Haslberger, Lichtmannecker, Heindel, Grünewald & Segerer (2014a), Hering (1957a), Huemer & Erlebach (2003a), Maček (1999a), Patočka & Turčáni (2005a), Retzlaff (2012a), Schütze (1931a), Szőcs (1977a, 1981a).

14/02/2017