Perittia echiella (de Joannis, 1902)

Lepidoptera, Elachistidae

Echium plantagineum, Spanje; uit Hering (1936b)

Perittia echiella mines

Echium plantagineum, Spain; from Hering (1936b)

mijnMijn onderzijdig, beginnend met vlakke, iriserende eischaal, dan een kronkelende epidermale gang van ca 5 cm die plotseling overgaat in een elliptische, ca 5 cm lange blaas die plm. de hele ruimte tussen middennerf en bladrand beslaat. De blaas bestaat uit twee étages: een oudste deel in het sponsparenchym, en een later deel in een middenlaag van het palissadeparenchym; een zijden cocon is vastgehecht aan het dak van de bovenruimte. Frass een zeer dunne, continue lichtbruine lijn, in het ganggedeelte duidelijk in boogjes, in de blaas lijkend op een kluwen verward naaigaren. Bij sectie blijkt de frass zich te bevinden op de epidermis, dus de bodem, van de onder-etage; in de boven-etage vormt de frass een zwarte massa op het plafond. In enkele gevallen was in de boven-etage het palissadeparenchym tot de epidermis weggevreten, en alleen dán was de mijn van bovenaf zichtbaar.

Bij het uitkomen blijft de pop in de cocon; dit in tegenstelling tot bij Dialectica scalariella waar, zoals bij bijna alle Gracillariidae, de pop zich tevoren half uit de mijn werkt.

mine Mine lower-surface, starting at a flat, iridiscent egg shell, then an undulating epidermal corridor of about 5 cm, that abruptly widens into an elliptic blotch of ca. 5 cm lenth, which almost fills all space between midrib and leaf margin. The blotch has two levels: the oldest level in the sponge parenchya, a later level in the middle layer of the palissade parenchya. A silken cocoon is attached to the roof of the upper floor. Frass in a very thin, continuous pale brown line, in the corridor part clearly coiled, in the blotch resembling an entangled bundle of sewing-thread on the floor or the lower level; in the upper level the frass forms a black mass on the ceiling. In a few cases the palissade parenchyma of the upper floor was eaten away as far as the epidermis, and only in these cases the mine was visible from above.

Upon emergence the pupa remains in the cocoon, contrary to Dialectica scalariella where, as in almost all Gracillariidae, the pupa works itself halfway out of the mine before the moth comes out.

waardplanten: Boraginaceae, oligofaag

hostplants: Boraginaceae, oligophagous

Echium decaisnei, lusitanicum, plantagineum; Podonosma orientalis; Symphytum.

fenologie Larven vanaf maart Hering (1957a).

phenology Larvae from March on (Hering, 1957a).

verspreiding binnen Europa Iberisch Schiereiand, Sardinië, Sicilië, Griekenland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Iberian Peninsula, Sardinia, Sicily, Greece (Fauna Europaea, 2009).

pop Beschreven door Patočka (1999a), Patočka & Turčáni (2005a).

pupa Described by Patočka (1999a), Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen Mendesia echiella; M. symphytella (Walsingham, 1907) [Kaila (1999a)].

synonyms Mendesia echiella; M. symphytella (Walsingham, 1907) [Kaila (1999a)].

literatuur

references

Amsel & Hering (1931a); Hering (1957a), Kaila (1999a), Klimesch (1990a), Parenti & Varalda (1994a); Patočka (1999a), Patočka & Turčáni (2005a).

19/03/2011