Phyllocnistis labyrinthella (Bjerkander, 1790)

Lepidoptera, Gracillariidae

Populus tremula, Duitsland, Baden-Württemberg, Baden-Weiler

Phyllocnistis labyrinthella mine

Populus tremula, Germany, Baden-Württemberg, Baden-Weiler

Populus tremula, Duitsland, Beieren, Schwangau, Rohrkopf (onaffe mijn, met gallen van Phyllocoptes populi); © Arnold Grosscurt

Phyllocnistis labyrinthella: mine on Populus tremula

Populus tremula, Germany, Bavaria, Schwangau, Rohrkopf (unfinished mine, with galls of Phyllocoptes populi); © Arnold Grosscurt

mijn Zeer lange, brede, epidermale gangmijn die zich in dichte lussen over de bladbovenzijde (vaak ook onderzijde) kronkelt zonder zichzelf te oversnijden. Frass in een continue bruinzwarte centrale lijn, veel scherper en donkerder dan bij Ph. xenia. De gang eindigt bij de bladrand, waar een kleine verwijding wordt gemaakt, en waaroverheen zich de bladrand een stukje omvouwt. Hierin heeft de verpopping plaats.

mine Very long, broad epidermal corridor that winds in dense loops over the upperside (often also the underside) of the leaf without ever intersecting intself. Frass in a continuous brownish black central line, much sharper and darker than in Ph. xenia. The corridor ends upon the leaf margin, where it widens somewhat while the leaf margin folds over. Here pupation takes place.

waardplanten: Salicaceae, nauw monofaag

hostplants: Salicaceae, narrowly monophagous

Populus alba, tremula.

Sundy (1953a) beschijft op overtuigende wijze het voorkomen van de soort op P. alba. Zie ook de opmerking en foto's hieronder.

Sundy (1953a) described convincingly that the species also lives on P. alba. See also the note and pictures below.

fenologie Larven in juni en augustus (Hering, 1957a).

phenology Larvae in June and august (Hering, 1957a).

BENELUX

BE niet waargenomen (Phegea, 2010; contra Fauna Europaea, 2010).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

BE not recorded (Phegea, 2010; contra Fauna Europaea, 2010).

NE not recorded (Fauna Europaea, 2010).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Grote delen van Europa, ontbreekt op de Britse Eilanden, Italië (maar zie Hartig, 1939a), delen van de Balkan en de Middellandse Zee-eilanden (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe Large parts of Europe, missing in the British Isles, Italy (but see Hartig, 1939a), the Mediterranean Islands and parts of the Balkan (Fauna Europaea, 2010).

larve, pop Larve en pop worden uitvoerig besproken door Lüders (1900a); zie voor de pop ook Parenti (2001a) of Parenti & Turčáni (2005a).

larva, pupa Larva and pupa are described in much detail by Lüders (1900a); see for the pupa also Parenti (2001a) or Parenti & Turčáni (2005a).

synoniemen Phyllocnistis sorhageniella (Lüders, 1900).

synonyms Phyllocnistis sorhageniella (Lüders, 1900).

opmerkingen De volwassen vlinder en pop van Ph. xenia is nauwelijks te onderscheiden van die van Ph. labyrinthella. Veel auteurs beschouwen die twee dan ook als synoniem, waarbij dan Ph. labyrinthella de oudste, dus geldige naam zou zijn. Vooral Pelham-Clinton (1976a) heeft zich voor een autonome status van xenia breed gemaakt, en in zijn spoor ook Emmet (1985b) (maar niet Emmet ea, 1985a!) en Kuchlein & de Vos (1999a). Inderdaad lijkt er een constant verschil te bestaan tussen de frasslijn van xenia (breed, vaag, groenig) en die van labyrinthella(smal, scherp, bruinzwart). Volgens verscheidene auteurs breidt de mijn van labyrinthella zich vaak uitbreidt tot de bladonderzijde, iets wat bij xenia niet lijkt voor te komen.

Ph. xenia is beschreven van Populus canescens, een gestabiliseerde bastaard van P. alba en P. tremula. Zowel op P. alba als canescens is de soort in Nederland zeer talrijk. Scheffers & van As (2006a) en Ellis (ongepubl.) vonden mijnen op P. tremula in twee verschillende duinterreinen, die op grond van de waardplant toegeschreven zouden kunnen worden aan labyrinthella. De zwakke taxonomische scheiding tussen de genoemde waardplanten (en ook de talrijkheid van alba/canescens in duinterreinen) maakt dat het niet mogelijk is op basis van de waardplant tot een determinatie als labyrinthella te komen. Zie ook Huisman ea (2009a).

notes The adult moth and pupa of Ph. xenia can hardly be distinguished from the one of Ph. labyrinthella. Many authors therefore consider the two conspecific, in which case Ph. labyrinthella is the oldest, therefore valid, name. Especially Pelham-Clinton (1976a) has argued for an autonomous status of xenia, in which he was followed by Emmet (1985b) (but not Emmet ao, 1985a!) and Kuchlein & de Vos (1999a). Indeed there seems to exist a constant difference in the frass line of xenia (broad, vague, greenish) and that of labyrinthella (narrow, sharp, brownish black). Several authors write that the mine of labyrinthella often extends to the underside of the leaf, something that does not seem to happen in xenia.

Ph. xenia was described from Populus canescens, a stabilised hybrid of P. alba and P. tremula. Both on P. alba and canescens the species is very common in the Netherlands. Scheffers & van As (2006a) and Ellis (unpubl.) have found mines on P. tremula in two different dune lanscapes that, because of te hostplant could be attributed to labyrinthella. However, the weak taxonomic distance between the hostplants mentioned (and also the commonness of alba/canescens in the dunes) make it impossible to arrive at an identifcation as labyrinthella on the hostplant alone. See also Huisman ao (2009a).

ongewone waardplant?: De foto's hieronder, genomen in zuidelijk Noorwegen, lijken mijnen te tonen van Ph. labyrinthella. De waardplant echter, laurierwilg, wijst eerder naar Ph. saligna. Vanwege de scherpe frasslijn, maar vooral ommdat de mijnen strikt beperkt waren tot een enkele blad en niet afdaalden naar de bladsteel hou ik ze met veel aarzeling op labyrinthella.

unusual hostplant?: The pictures below, taken in southern Norway, seem to show mines of Ph. labyrinthella. However, the host plant, bay willow, rather points to Ph. saligna. Because of the sharp frass line, but even more because the mines were strictly limited to a single leaf and did not descend along the petiole, with much hesitation I take them for labyrinthella.

Salix pentandra, Noorwegen, Noresund © Paul van Wielink

Phyllocnistis cf labyrinthella: mines on Salix pentandra

Salix pentandra, Norway, Noresund © Paul van Wielink

detail

Phyllocnistis cf labyrinthella: mines on Salix pentandra

detail

enekele mijnen

Phyllocnistis cf labyrinthella: mines on Salix pentandra

some mines

literatuur

references

Arru (1996a), Bengtsson & Johansson (2011a), Buhr (1936a), Buszko (1981a, 1992b), Delplanque (1998a), Emmet (1985b), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1923a, 1936b, 1957a), Huber (1969a), Huemer (1986b), Huemer & Erlebach (2003a), Huisman ao (2009a), Jaworski (2009a), Jordan, Langmaid & Doorenweerd (2016a), Klimesch (1950c, 1957a), Klimesch & Skala (1936b), Kvičala (1938a), Lüders (1900a), Parenti & Varalda (2000a), Patočka (2001a), Parenti & Turčáni (2005a), Pelham-Clinton (1976a), Scheffers & van As (2006a), Schütze (1931a), Skala (1951a), Starý (1930a), Sundy (1953a), Szőcs (1977a).

07/04/2017