Phyllocnistis ramulicola Langmaid & Corley, 2007

Lepidoptera, Gracillariidae

mijn Ovipositie op een jonge twijg. Van daar begint een lange gang in de bast, tot 30 cm lang, die op of neer loopt, en nauwelijks breder wordt. Tenslotte gaat de mijn via de bladsteel naar een blad, waar vlakbij de bladbasis aan de bovenzijde een witte cocon wordt gesponnen, waarbinnen de verpopping plaatsvindt (Langmaid & Corley, 2007a).

mine Oviposition on a young twig. From there a long corridor is made in the bark, up to 30 cm in length, running up or down, hardly widening. Finally the corridor enters a petiole and a leaf where, close to the base, at the upperside, a white cocoon is spun in which pupation takes place (Langmaid & Corley, 2007a).

waardplanten Aanvankelijk in Engeland waargenomen opSalix aurita, cinerea en caprea, maar kort daarna ook op smalbladige wilgen, fragilis en viminalis (Langmaid, in litt.).

hostplants Originally found in the UK onSalix cinerea and caprea, but shortly after also, and in large numbers, on S. aurita and even the narrow-leaved willows S. euxinia and Osier, S. viminalis (Langmaid, in litt.).

fenologie Nog niet duidelijk; larven zijn gevonden in midden juli.

phenology Still unclear; larvae were found in mid July.

verspreiding binnen EuropaBeschreven uit zuid-Engeland en Portugal; nadien gevonden in Spanje, Zwitserland, Italië en Czechië (A & Z Laštůvka).

distribution within EuropeDescribed from southern England and Portugal, later found in Spain, Switzerland, Italy, and Czechia (A & Z Laštůvka).

pop Zwart.

pupa Black.

literatuur

references

Langmaid & Corley (2007a), Langmaid & Young (2009a).

13/08/2014