Phyllocnistis valentinensis Hering, 1936

Lepidoptera, Gracillariidae

mijn Onderzijdige, epidermale gangmijn met een zeer dunne, centrale frasslijn. De gang blijft binnen de bladschijf van het ene blad. De gang eindigt bij de bladrand, die hier ietwat naar beneden omvouwt. In de ruimte die zo ontstaat vindt de verpopping plaats.

mine Lower-surface, epidermal gallery with a very narrow central frass line. The gallery remains within the blade of the single leaf. The gallery ends upon the leaf margin, that folds somewhat downwards here. In the resulting space pupation takes place.

waardplanten: Salicaceae, monofaag

hostplants: Salicaceae, monophagous

Salix alba, euxinia, triandra.

Beiger (1979a) vermeldde de soort van Populus nigra; dat mogelijk correct (zelfde familie als de bekende waardplanten), maar moet toch worden bevestigd.

Beiger (1979a) mentioned the species from Populus nigra; this is possible correct (same family as the known hostplants), but still needs confirmation.

fenologie Larven in mei (Hering, 1957a).

phenology Larvae in May (Hering, 1957a).

verspreiding binnen Europa Spanje, Griekenland, Bulgarijë, Oostenrijk (Deschka, 2014b; Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe Spain, Greece, Bulgaria, Austria (Deschka 2014b; Fauna Europaea, 2010).

literatuur

references

Beiger (1979a), Buszko & Beshkov (2004a), Deschka (2014b), Hering (1936b, 1957a), A & Z Laštůvka (2014a), Martynova (1955a).

13/02/2017