Phyllonorycter chrysella (Constant, 1885)

Lepidoptera, Gracillariidae

mijn Net bijzonder grote, onderzijdige vouwmijn, met veel fijne lengteplooitjes, altijd in een oksel van hoofd- en zijnerf. De mijn doet het blad sterk vervormen. Verpopping in de mijn. Voor het uitkomen werkt de pop zich half naar buiten via de bovenzijde.

mine Not unusually large, lower-surface tentiform mine with many very fine length folds, always in an axil of midrib and side vein. The mine causes the leaf to contract strongly. Pupation within the mine. Before ecdysis the pupa works itself half out of the mine through its uperside.

waardplanten: Betulaceae, monofaag

hostplants: Betulaceae, monophagous

Alnus glutinosa, incana.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Zuid-Frankrijk, Spanje, Italië (Deschka, 1970a; Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Southern France, Spain, Italy (Deschka, 1970a; Fauna Europaea, 2009).

pop Beschreven door Deschka (1970a). Abd7 ventraal zonder groepje stekels; cremaster met slechts één paar, stevige, naar buiten gebogen doorns. De pop lijkt nogal op die van Ph. froelichiella.

pupa Described by Deschka (1970a). Abd7 ventrally without a group of spines. Cremaster with but one pair of spines; they are stout, on a broad base and curved outwards. The pupa rather resembles the one of Ph. froelichiella.

literatuur

references

Deschka (1970a), Hering (1947a, 1957a).

09/01/2017