Phyllonorycter cytisella (Rebel, 1896)

Lepidoptera, Gracillariidae

mijn Onderzijdige vouwmijn, met diepe plooien, die het blaadje sterk doet samentrekken. Verpopping in de mijn.

mine Lower-surface tentiform mine, with deep folds, that strongly contracts the leaflet. Pupation internal.

waardplanten: Fabaceae, monofaag

hostplants: Fabaceae, monophagous

Cytisus proliferus.

fenologie Larven van november tot januari, en maart tot april (Hering, 1957a).

phenology Larvae in November-Januari, then again March-April (Hering, 1957a).

verspreiding binnen Europa Canarische Eilanden.

distribution within Europe Canary Islands.

synoniemen Lithocolletis cytisella.

synonyms Lithocolletis cytisella.

opmerkingen Chamaecytisus proliferus, tagasaste, escobón, Lucerne tree, is een niet onbelangrijke bron van veevoeder op de Canarische Eilanden en, ingevoerd, ook elders. Ph. cytisella, en in mindere mate Ph. cytisifoliae, die volgens Hering veel zeldzamer is, zijn daarom locaal plaaginsecten (zie bijv. Torres del Castillo ea, 1992a).

notes Chamaecytisus proliferus, tagasaste, escobón, Lucerne Tree, is a rather important fodder crop in the Canary Islands, and, introduced, also elsewhere. Ph. cytisella, and to a lesser degree also Ph. cytisifoliae, acording to Hering much more rare, therefore are local pest insects (e.g. Torres del Castillo ao, 1992a).

literatuur

references

Deschka (1969b), Hering (1927a, 1957a), Klimesch (1979a), Torres del Castillo ao (1992a).

25/05/2010