Phyllonorycter deschkai Triberti, 2007

Lepidoptera, Gracillariidae

mijn Onderzijdige, smalle vouwmijn, 14-16 mm lang, slechts zelden met een paar zwakke plooien.

mine Lower-surface thin tentiform mine, 14-16 mm long, with only rarely some indistint folds.

waardplanten: Rosaceae, monofaag

hostplants: Rosaceae, monofaag

Amelanchier ovalis; Cotoneaster integerrimus, nebrodensis; Sorbus aria, chamaemespilus.

fenologie Twee generaties per jaar, maar de data zijn afhankelijk van de hoogte; overwintering als pop.

phenology Bivoltine, the dates dependent on th altitude; hibernation as pupa.

verspreiding binnen Europa Alpen, 500-1750 m (Triberti, 2007a).

distribution within Europe Alps, 500-1750 m (Triberti, 2007a).

pop Cremaster met twee paar doorns, het binnenste paar ongeveer half zo zwaar als het buitenste; de doorns van het buitenste paar naar buiten gebogen, die van het binnenste paar naar binnen. De doorns van het binnenste en buitenste paar raken elkaar aan de basis, maar overlappen elkaar niet.

pupa Cremaster with two pair of thorns, the inner pair about half as heavy as the outer one; the thorns of the outer pair curved outwards, those in the inner pair inwards. The horns of the outer and inner pair just touch each other at their base, but do not overlap.

opmerkingen Voorzover de Triberti's beschrijving van de pop uitsluitsel geeft lijkt deschkai in de tabel van Gregor & Patočka (2001a) uit te komen bij Ph. sorbi.

notes As far as Triberti's description goes, the pupa seems to key out near Ph. sorbi in the key by Gregor & Patočka (2001a).

literatuur

references

Gregor & Patočka (2001a), Nel & Varenne (2014a), Triberti (2007a).

23/10/2014