Phyllonorycter geniculella (Ragonot, 1874)

Lepidoptera, Gracillariidae

Acer pseudoplatanus, Flevoland, Reve-Abbertbos © Hans Jonkman: mijn op de bladschijf

Phyllonorycter geniculella: mine on Acer pseudoplatanus

Acer pseudoplatanus, Flevoland, Reve-Abbertbos © Hans Jonkman: mijn op de bladschijf

zelfde mijn, onderzijde (met waterdruppels binnenin)

Phyllonorycter geniculella: mine on Acer pseudoplatanus

same mine, underside (with drops of water inside)

mijn aan de bladrand

Phyllonorycter geniculella: mine on Acer pseudoplatanus

mijn along the leaf margin

zelfde mijn, onderzzijde

Phyllonorycter geniculella: mine on Acer pseudoplatanus

same mine, underside

Acer pseudoplatanus, Amsterdam; doorvallend licht

Phyllonorycter geniculella mine

Acer pseudoplatanus, Amsterdam; lighted from behind

Acer pseudoplatanus, Nieuw-Bergen; geopende mijn

Acer pseudoplatanus, Nieuw-Bergen; opened mine

Acer pseudoplatanus, Castricum; zeer jonge mijn met rechts het iriserende eischaaltje aan het begin

Acer pseudoplatanus, Castricum; very young mine with, right picture, the iridescent egg shell at the start

mijn De mijn begint als een onopvallend onderzijdig epidermaal gangetje dat start bij een vlak, iriserend eischaaltje. Het gangetje wordt gevolgd, en meestal overlopen, door een tamelijk kleine onderzijdige vouwmijn, met veel fijne vouwtjes. Als de mijn vlakbij de bladrand ligt vouwt het blad zich plaatselijk vaak over de mijn dubbel. Pop in de mijn donkerbruin-zwart, in een cocon bastaande uit een ijl spinsel. Frass in een klompje in een hoek van de mijn.

mine The mine begins as an inconspicuous lower surface epidermal corridor, beginning at an iridescent egg shell. This corridor is followed, and mostly replaced, by a relatively small, lower-surface, tentiform mine with many weak folds. When the mine happens to lie close to the leaf margin the leaf may fold downwards over the mine. Pupa in the mine, dark brownish black, in a loosely spun cocoon. Frass heaped in a corner of the mine.

waardplanten: Sapindaceae, nauw monofaag

hostplants: Sapindaceae, narrowly monophagous

Acer pseudoplatanus.

Buhr (1935a) meldt nog Acer saccharinum.

Buhr (1935a) additionally mentions Acer saccharinum.

fenologie Larven in mei-juli en september-october.

phenology Larvae in May - July, and September - October.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX recorded (Ellis: Kautenbach).

verspreiding binnen Europa Van Zweden tot de Pyreneeën, Italië en Bulgrijë, en van Engeland tot Zuid-Rusland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Sweden to the Pyrenees, Italy, and Bulgaria, and from Britain to South Russia (Fauna Europaea, 2009).

synoniemen Lithocolletis geniculella; L. dahmiella (Sorhagen, 1900); Lithocolletis, Phyllonorycter acernella : auct.

synonyms Lithocolletis geniculella; L. dahmiella (Sorhagen, 1900); Lithocolletis, Phyllonorycter acernella : auct.

literatuur

references

Ahr (1966a), Bengtsson & Johansson (2011a), Buhr (1935a, 1964a), Buszko (1992b), Csóka (2003a), Deschka & Wimmer (2000a), Deutschmann (2008a), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Gregor & Patočka (2001a), Gregor & Povolný (1950a), Haase (1942a), Hering (1931a, 1934b, 1957a, 1961a), Huemer (1986b), Huemer & Erlebach (2003a), Jaworski (2009a), Kasy (1983a, 1987a), Kollár (2007a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Maček (1999a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), Nel & Varenne (2014a), Nowakowski (1954a), Patočka & Turčáni (2005a), Plóciennik, Pawlikiewicz & Jaworski (2011a), Robbins (1991a), Sefrová (2005a), Skala (1941a), Sønderup (1949a), Starý (1930a), Szőcs (1977a, 1978a, 1981a), Tomov & Krusteva (2007a), Wieser (2005a).

12/02/2017