Phyllonorycter harrisella (Linnaeus, 1761)

Lepidoptera, Gracillariidae

Quercus robur, Duin en Kruidberg

Phyllonorycter harrisella mine

Quercus robur, Duin en Kruidberg

doorvallend licht

Phyllonorycter harrisella mine

lighted from behind

Quercus robur, St Gerlach; geopende mijn

Quercus robur, St Gerlach; opened mine

mijn Vrij kleine onderzijdige vouwmijn, minder dan 14 mm lang, met één duidelijke plooi in de onderepoidermis. Pop in een taaie witte cocon die aan boven- en onderzijde aan de mijn vastzit. De pop werkt zich voor het uitkomen half uit de onderzijde van de mijn.

mine Rather small, lower-surface tentiform mine, less than 14 mm long, with one strong fold in the lower epidermis. Pupa in a tough white cocoon that is attached to both the floor and roof of the mine. Before ecdysis the pupa half emerges from the underside of the mine.

waardplanten: Fagaceae, monofaag

hostplants: Fagaceae, monophagous

Quercus Quercus cerris, dalechampii, faginea, frainetto, macranthera, petraea, pontica, pubescens, robur.

fenologie Larven in juli en september-october (Hering, 1957a).

phenology Larvae in July and September - October (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Europa met uitzondering van het Balkan-schiereiland en de Middellandse Zee-eilanden (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Europe, except the Balkan Peninsula and the Mediterranean Islands (Fauna Europaea, 2009).

synoniemen Lithocolletis harrisella; Lithocolletis, Phyllonorycter cramerella (Fabricius, 1777).

synonyms Lithocolletis harrisella; Lithocolletis, Phyllonorycter cramerella (Fabricius, 1777).

opmerkingen De biologie wordt besproken door Miller (1973a).

Volgens Emmet ea (1985a) is in de zomergeneratie de cocon vrij van frass, en ligt de frass vrij door de mijn verstrooid; in de najaarsgeneratie is de frass geïncrusteerd in de zij- en achterkant van de cocon, wat in doorzicht een U-vormige contour geeft (zie ook Harper & Langmaid (1978a)). De © hierboven, gemaakt in midden juli laat zien dat in Nederland ook bij de zomergeneratie vrijwel alle frass zich rondom de cocon kan bevinden.

notes The biology is discussed by Miller (1973a).

According to Emmet ao (1985a) in the summer generation the frass is dispersed in the mine, and the cocoon is free of frass; in the autumn generation the frass is incrusted in the sides and rear of the cocoon, giving it a U-shaped outline when lighted from behind (see also Harper & Langmaid (1978a)). The picture above was made in mid-June and illustrates that in the Netherlands already in the summer generation almost all frass may be incorporated in the cocoon.

literatuur

references

Bengtsson & Johansson (2011a), Buhr (1936a), Buszko (1992b), Corley, Marabuto & Pires (2007a), Deutschmann (2008a), Emmet (1975b), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), ffennell (1975a), Gregor (1952a), Gregor & Patočka (2001a), Harper & Langmaid (1978a), Hartig (1939a), Hering (1934a, 1957a), Huemer (2012a), Huemer & Erlebach (2003a), Jaworski (2009a), Klimesch (1950c), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Lhomme (1934d), Maček (1999a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), Miller (1973a), Nel & Varenne (2014a), Nowakowski (1954a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins, 1998a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Sefrová (2005a), Sønderup (1949a), Stolnicu (2007a), Szőcs (1977a, 1978a, 1981a), Tomov & Dimitrov (2007a), Tourlan (1980a), West (1985a), Yefremova & Kravchenko (2015a).

07/04/2017